26 May 2017
Artikel

Toch logisch, dat alle mensen broodjes willen? "Alle Menschen werden Brüder" was lange tijd voor een zekere commissaris extern een compositie waarin Beethoven duidelijk wereldhonger als onderwerp had genomen. We maken ons allemaal wel eens schuldig aan een rare verspreking of een hilarische uitspraak. Onder de titel van de meest muziekwetenschap-onverantwoorde quote zetten wij elke maand de beste van deze uitspraken op de site. Eindelijk is het echt lente, de rokjes kunnen aan en eindelijk kunnen we weer klagen dat het te warm is! Daar past natuurlijk een verzameling frisse broodjes (serveertip: met ananas) bij, die je lekker kan eten in bijvoorbeeld de binnentuin van de Drift! 

 

 

"Simon Cowell is een soort paus, hij maakt allemaal jongensgroepjes waar hij van profiteer​t."

 

 

"Ik vind F.S. niet zo iemand die eet; dat vind ik gewoon niet zo bij hem passen."

 

 

"Waar zijn die stoute stengels gebleven?"

 

 

"Toovercirkel is gespeld met twee o's, want toen konden ze nog niet spellen"

"Maar ze konden wel spelen!"

 

 

"Hij wordt uit Hucbald geknikkerd want hij eet pizza op ananas!"

 

 

"Ik ben nog nooit een dertienjarig meisje geweest."

 

 

"Ze zeiden dat haar stem wat gephotoshopt klonk."

 

 

"Ik ga naar de UB!... Ik blijf het maar hardop zeggen, zodat ik het daadwerkelijk ga doen"

 

 

"Ik wil graag een leuke zwarte!"

 

 

"Beter één goede spreker dan honderd bitterballen!"

 

 

Ook een grappige, slechte of musicologisch onverantwoorde uitspraak gehoord of gemaakt? Stuur hem op naar siteco@hucbald.nl, en we plaatsen hem anoniem!

9 May 2017
Artikel

Door: Stan Schreurs

 

Italië, het land van pasta, wijn en ontzettend veel cultuur. Dit jaar mochten 25 uitverkorene Hucbaldianen hieraan proeven in het pittoreske Rome. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, want Rome was een gewilde bestemming voor veel leden. Op 8 december 23:50 zat ik dan helemaal klaar om me aan te melden: laptop naast de router, mailtje klaarstaan en de wereldklok naast me. Ik zou onder geen enkel beding een reis naar Rome met Hucbald missen. En jawel hoor, alle stress is niet voor niets geweest. Ik kreeg een bevrijdend mailtje van de reisco: ik mag mee naar Rome!

 

            Toen mening mens nog tussen de lakens lag, stonden alle 25 Hucbaldianen stipt om 5 uur 's ochtends klaar op Schiphol om richting de zon te vliegen. De slapeloze nacht en moeizame ochtend werden al gauw vergeten toen we om half 10 landden in Rome. We waren nog maar één busreis verwijderd van het centrum, en dus ook van ons hostel: Casa Pessina. Eenmaal bij Stazione di Roma Termini aangekomen, waren het nog maar een luttele 5 minuten lopen naar het hostel. Toch wel een beetje uitgeteld van afgelopen nacht, waren we wel blij om even te kunnen liggen en op te frissen. Casa Pessina dacht hier echter anders over: de kamers moesten nog "even" gepoetst worden en de kamerindeling ging er toch iets anders uitzien dan de reisco in eerste instantie gepland had. Maar zo snel kun je deze Hucbaldianen niet op de kast jagen, want we hadden een zonnige stadswandeling voor de boeg van Rome’s Ultimate Free Walking Tour. Onze groep werd opgesplitst in twee groepen en de groep waar ik in zat mocht genieten van Romes highlights verzorgd door niemand minder dan onze nationalistische Lucio uit Argentinië. Na veel historische en culturele informatie opgedaan te hebben over onder andere Il Pantheon, Ponte Sant'Angelo, Castel Sant'Angelo en veel van Bernini's kunstwerken, kon je wel zeggen dat Hucbald out was. Na gezellig samen gegeten te hebben 's avonds, werd de slaap ingehaald die we in de afgelopen nacht niet hebben gehad.

 

            Op dag 2 van deze prachtige reis gingen we de openlucht-trekpleisters bezoeken: Il Colosseo en Il Foro Romano. Je raadt het waarschijnlijk al: Hucbald en openlucht betekent regen. Uitgerekend deze dag was de enige dag dat het regende. Knuffelend onder een paar schamele bomen hielden we ons warm en na een tijdje begon de zon weer te schijnen. Tijd om het Colosseum en Forum Romanum eens van binnen (buiten?) te bekijken. In de avond gingen we naar de vespers in Basilica Santa Maria Maggiore waar we een prachtig koor hebben mogen beluisteren. Een wisselvallige, drukke dag en we hebben er nog steeds zin in!

 

 

            Op woensdag werd de 'studie' uit 'studiereis' waargemaakt en reisden we af naar Sapienza - Università di Roma waar we een interessant college kregen over Monteverdi van Emanuele Senici. Na dit college had mr. Senici menig Hucbald-hart veroverd, waaronder de mijne. We zijn zelfs na zijn college nog met hem en de hele groep gaan lunchen in een typisch Italiaans restaurantje. Hierna maakten we nog een prachtige foto met hem en zijn we na het afscheid weer verder gegaan. Na de lunch stond Museo Nazionale delle Arti del XXI Secolo, kort gezegd Museo Maxxi voor moderne kunst op het programma. Hierna kregen we nog een rondleiding in het Auditorium Parco Della Musica van een pittige tante. Uiteindelijk waren we weer vrij om te gaan, en hebben we allemaal weer op onze eigen manier van het prachtige Rome kunnen genieten.

 

            Op de vierde dag van de reis gingen we naar Ostia, wat in de Romeinse tijd de havenplaats van Rome was. Hier zijn nog veel opgravingen te zien van deze immense havenstad. We hadden het hier echter wel snel gezien, want bij Ostia ligt natuurlijk het strand! Eigenlijk was het geen strandweer, maar omdat we uiteindelijk allemaal Hollanders zijn, lagen we binnen no time op onze strandlakens in zwemkleding. Na een half uurtje zijn de strijders onder ons toch nog even het water ingedoken want ja, HOLLANDERS! In de avond was het dan tijd voor door onze reisco georganiseerde kroegentocht! Na wat kroegen in en uit te zijn geweest kwamen we toch ongepland in het leukste barretje van Rome terecht waar één Hucbaldiaan zijn hart verloren heeft aan de Italiaanse, beeldschone Clarissa.

 

            Op vrijdag mochten we uitslapen en hebben we hier ook met volle teugen van genoten. Om 1 uur 's middags was het echter weer go-time: vandaag stond Vaticaanstad op het programma. Eenmaal aangekomen bij Paus Franciscus' crib, stonden er onchristelijke lange rijen bij het Vaticaan, waarna sommige Hucbaldianen besloten hebben hier niet in te gaan staan. Zo hadden we een lekker vrij dagje waar iedereen zijn of haar invulling aan kon geven.

 

            Op dag 6 van onze studiereis bezochten we allereerst de Santa Maria della Vittoria, waar het beroemde meesterwerk van Bernini De Extase van Theresia te zien is. Hier stond ons ook nog een leuke verrassing te wachten: we zagen een poster van Mozarts Requiem hangen, dat die avond in La Basilica di San Giovanni in Laterano uitgevoerd werd. Hier werd menig Hucbaldiaan wild van en het gezamelijke eten werd zelfs verplaatst zodat we samen naar het stuk gingen luisteren wat de meesten onder ons ook op 4 mei uitvoerden. Maar eerst gingen we nog Museum Barberini en Parco de la Villa Borghese bezoeken, waar we traditiegetrouw weer in bootjes geroeid hebben.

 

            Zondag. De allerlaatste dag. Allereerst gingen we een concert in het Auditorium Parco Della Musica bijwonen, waar we ook een klein muziekinstrumentenmuseum bezocht hebben. Hierna gingen we nog onze allerlaatste souvenirtjes kopen, onze allerlaatste ijsjes eten en genieten van onze allerlaatste uurtjes in Rome.

 

            Na iets later dan gepland aangekomen op het vliegveld in Rome, was de vermoeidheid toch wel van ons af te lezen. Nagenietend zat heel Hucbald bij het oude vertrouwde McDonald's om de lege magen te vullen voordat we weer het vliegtuig richting Nederland instappen. Eén ding is zeker: ik heb heel veel geleerd deze reis:

1. Jurre heeft gewoon heel veel pech in het leven;

2. Diantha is heel vaak en snel getriggerd;

3. In Rome is het echt ONMOGELIJK om te gaan clubben;

4. Mojito's zijn toch echt wel het favoriete drankje van menig Hucbaldiaan;

5. Fleur valt echt ontzettend vaak.

 

 

Reisco, deze reis was er weer een om niet te vergeten. Kan ik me bij dezen alvast aanmelden voor volgend jaar?

28 April 2017
Artikel

Toch logisch, dat alle mensen broodjes willen? "Alle Menschen werden Brüder" was lange tijd voor een zekere commissaris extern een compositie waarin Beethoven duidelijk wereldhonger als onderwerp had genomen. We maken ons allemaal wel eens schuldig aan een rare verspreking of een hilarische uitspraak. Onder de titel van de meest muziekwetenschap-onverantwoorde quote zetten wij elke maand de beste van deze uitspraken op de site. Lees hier een prachtige editie (visualiseer een lekker luxe broodje met geitenkaas en walnoten of zo), met onder de andere fantastische uitspraken die op de studiereis zijn gemaakt!

 

 

"Wat krijg je als je het molteken in het Hucbald logo zou uitspreken? Humolbal"

 

 

G.H.: "Is tonijn chill?"
J.N.: "Als je van tonijn houdt..."

 

 

"Al die toeristische plektreisters afgaan"

 

 

"Beethoven was ook blind..."

 

 

"Dat klinkt fout, en dan is dat niet goed"

 

 

"Als ik boos ben, word ik roze met glitters."

 

 

"Voorzitters van nu zijn de last van de toekomst!"

 

 

"Ik was naar een moskee geweest en toen dacht ik: waarom ben ik eigenlijk katholiek en geen islam?"

 

 

"Ik blijf je slaan met mijn fluit totdat je antwoord geeft!"

 

 

"Hoe heet het ook alweer in een club als je niets ziet? Oh ja, rook."

 

 

P.R.: "C., wat wil je eigenlijk later worden?"
C.V.: "Capabel..."

 

 

"Nee, het gaat me niet om de kilo's, het gaat me om het gewicht."

 

 

"Je kan zuigen wat je wil, maar het komt niet."

 

 

"Ik kreeg echt kippenvel, echt, echt tot op m'n kippen!"

 

 

Ook een grappige, slechte of musicologisch onverantwoorde uitspraak gehoord of gemaakt? Stuur hem op naar siteco@hucbald.nl, en we plaatsen hem anoniem!

10 April 2017
Artikel

Door: Nico Graat en Diederik de Ceuster

 

Het treurige bericht heeft ons bereikt dat oprichtster Nancy van der Elst vandaag op 97 jarige leeftijd is overleden. In 1941 heeft zij samen met Hélène Nolthenius onze studievereniging opgericht, en door de jaren heen heeft ze altijd veel betrokkenheid getoond. Sinds de start van het koorproject was ze ieder jaar een trouwe gast, en pas geleden heeft ze Hucbald nog uitgenodigd om door haar persoonlijke boekenkast te snuffelen en daaruit mee te nemen naar believen. We betreuren het afscheid van deze bijzondere vrouw, maar Nancy’s zeer gerespecteerde inzet voor de muziekwetenschap, het onderwijs en Studievereniging Hucbald zal nooit vergeten worden. Onderstaand interview verscheen vorig jaar in de almanak van Hucbald ter gelegenheid van het 15e lustrumjaar.

 



Nancy van der Elst staat bekend als een van de oprichtsters van Hucbald en wordt door menig muziekwetenschapper met veel respect bejegend. Met haar 97 jaar heeft ze al veel meegemaakt en kan ze prachtig vertellen over haar jeugd en de vroege jaren van Hucbald. Voor dit interview hebben Diederik de Ceuster en Nico Graat bij haar aangeklopt om te luisteren naar de vele verhalen die ze te vertellen heeft. Speciaal voor de almanak geeft Nico alvast een inzicht in de verbazingwekkende feiten die Nancy kon vertellen over de vroege jaren van Hucbald en Muziekwetenschap in Utrecht.

 

Muzikale vader
Het hele verhaal begint bij de vader van Nancy, Wijnandus van der Elst. Hij is de reden voor haar interesse in muziek en heeft ook haar tweelingzus en broertje de muziek in geholpen. Zijn carrière begon met cellolessen van een violist, maar toen zijn familie naar Utrecht verhuisde kreeg hij harmonielessen van Johan Wagenaar. Later heeft hij er voor gekozen om natuurkunde te gaan studeren, maar hij bleef een voorliefde houden voor muzikale principes zoals de boventoonreeks. Hij werd leraar op de Christelijke HBS, waar hij tot vlak voor zijn dood werkte. Ondertussen richtte hij ook de klokken- en orgelraad op en werd hij lid van de Utrechtse Klokkenspelvereniging. Met dit in gedachte werd hij door de Nederlandse overheid gevraagd om vlak voor de oorlog bijzondere klokken aan te raden, waardoor deze klokken ervan werden behoed omgesmolten te worden in de oorlog. Voor deze taak is hij afgereisd naar Limburg, waar hij nog steeds was toen de oorlog in Nederland uitbrak. Toen is hij op de fiets teruggekomen naar Utrecht en heeft hij onderweg in ’s Hertogenbosch geslapen. De buurvrouw had dit verkeerd begrepen en had de hele buurt verteld dat hij in ‘een bos’ had geslapen op zijn weg terug.

 

Nancy’s jeugd
Samen met haar zus heeft Nancy zeven jaar lang op het gymnasium gezeten. Toen ze nog klein was heeft haar vader de inauguratierede van professor Smeijers meegemaakt, waardoor muziekwetenschap het zesde instituut werd van de universiteit en alle leraren ineens hoogleraren werden. De faculteit voor Muziekwetenschap was destijds nog gevestigd boven een pand van diergeneeskunde op de kruising tussen de Biltstraat en de F.C. Dondersstraat. Nancy heeft les gehad van Smeijers, maar het was goed te merken dat hij niet graag les gaf. Toen Smeijers tijdens zijn ziektebed te horen kreeg dat hij snel zou sterven riep hij uit: “Dan geef ik nog liever college!”.
Nancy heeft tijdens de oorlog een aantal verzetsdaden gepleegd en heeft daardoor 10 maanden ondergedoken gezeten bij een tante in Arnhem. In de tussentijd bleef ze wel gewoon studeren en heeft ze zelfs haar tikdiploma gehaald. Na de oorlog had ze niet veel zin meer om verder te studeren en kwam ze aan het werk als secretaresse bij een impresario in Amsterdam.

 

Hucbald
Nancy heeft tijdens haar studie veel gedaan. Zo was ze lid van de UVSV en was ze natuurlijk ook betrokken bij de oprichting van Hucbald. Ook heeft ze Hans Brandt Buijs geholpen bij de oprichting van onder andere het USKO en is ze een tijdje zijn secretaresse geweest. Eén van haar verzetsdaden was dan ook het verspreiden van pamfletten voor de samenscholingsorkesten, die tijdens de oorlog verboden waren.
Hucbald is ontstaan uit een groep studenten die graag een vereniging wilden hebben. De mannen waren in de leer bij Hendrik Andriessen en gingen samen met een aantal vrouwen van Muziekwetenschap, waaronder Nancy en Hélène Nolthenius, ’s avonds thuis zingen. Deze bijeenkomsten waren meestal bij John-Hendrik “Jack” van der Meer, omdat hij het regelde. Daar hebben ze ook een aantal platen opgenomen. Madeleine Reuchling, het moederfiguur van de groep, en Jack besloten om samen Hucbald tot een vereniging te maken. Zodoende bestond het eerste bestuur van Studievereniging Hucbald uit Madeleine als presidente (nu: voorzitter) en Jack als secretaris. Dit is de eerste paar jaar zo gebleven.
Nancy en Hélène zijn tijdens hun studie erg actief geweest bij Hucbald, maar hebben nooit een bestuursfunctie bekleed. Na de oorlog is Nancy weggegaan bij Hucbald, maar ze is nog wel teruggekomen voor het 10-jarig jubileum, waarvan ook nog een foto met alle toenmalige leden van Hucbald in de hal van Drift 21 hangt. Sinds het ontstaan van het koorproject is ze ieder jaar een trouwe en gerespecteerde gast bij de uitvoering.

3 April 2017
Artikel

Door: Kirsten Pennings

 

Archibalds plan staat vast. Hij weet niet of het gaat slagen. Of zijn reizen iets opleveren en hij meer te weten komt over zijn dromen en de roep van St. Cecilia. Hij is vastbesloten. Dit is de enige manier om meer te weten te komen.

 

Over vier uur vertrekt Archibald met het eerste vliegtuig naar Rome waar de mysterieuze St. Cecilia leefde. Dit plan bedacht hij in de late uurtjes in een internetcafé. De vlucht is geboekt, hij had een spiksplinternieuw reiskussen en notitieboek gekocht, zijn fototoestel had hij op het laatste moment nog thuis opgehaald samen met een rugzak en genoeg snacks voor een hele week.

 

De vliegreis heeft hem helemaal uitgeput. Hij zat naast een stel studenten die niet ophielden met zingen, schreeuwen en een gek spel spelen waarbij men moet raden hoe iemand om het leven gekomen is. Hij had juist tijdens zijn vliegreis bij willen slapen zodat hij in Rome meteen met zijn zoektocht verder kan. Eenmaal ingecheckt in zijn hotel, neergeploft op een krakend bed met bloemetjesmotief, kan hij niet anders dan zijn ogen sluiten. Hij is nog maar net ingedut of de bekende stem spreekt tegen hem: “Zoek mijn huis. Daar zal je dienst beginnen.”

 

Lees hier wat voorafging...

21 March 2017
Artikel

Door: Davin Mosterd

 

Nacht na nacht keerde keer op keer dezelfde droom terug. Na een tijdje kreeg hij zelfs overdag visioenen. Wie was toch deze mysterieuze Sint Cecilia? Archibald wilde zichzelf geen illusies maken, maar hij voelde iets eigenaardigs bij het lezen van die naam. Zeker na het zien van de gedaante die deze muziek voortbracht – ook al was het maar een glimp – kon hij nergens anders meer aan denken. Hij is tot in het diepst van zijn geest geraakt door deze verschijning, wellicht is zijn ziel zelfs vervormd. Het brak zijn hart en zette zijn vertrouwen aan het wankelen. Waren dit gevoelens van…? Ja, wat waren dit eigenlijk voor gevoelens? En op welke manier zou hij moeten dienen? Wat zou er gebeuren als hij weigert?

 


Archibald kon het allemaal niet plaatsen, hoe hevig hij dit ook probeerde. Gespeurd had hij, door verscheidene boeken in bibliotheken en zag de naam steeds terugkeren als beschermheilige van de muziek. Dit verklaarde veel, waaronder al die sublieme klanken die hij tot zich heeft mogen nemen, maar de gedaante was toch zeker geen vrouw, nog een man. Het wezen moest van een andere wereld zijn, dat was de enige verklaring. Er zat niets anders op en hij sprak tot zichzelf om op ontdekkingsreis te gaan. Rusten deed hij wel, maar echte rust vond hij niet zolang zijn vragen onbeantwoord bleven. 

 

Lees hier wat voorafging, en hoe het verhaal verder gaat...

 
6 February 2017
Artikel

Door: Cas Versluijs

 

Elke maand (zo ongeveer) zetten we in deze rubriek een musicus (pop, klassiek, jazz, of iets heel anders) in het zonnetje. Misschien omdat die onbekend is, misschien omdat de muziek niet altijd musicologisch de aandacht krijgt die die verdient. Deze maand: twintigste-eeuws componist Philip Glass.

 

Een weekje geleden, op 31 januari, werd Philip Glass 80 jaar. Een prachtige leeftijd natuurlijk, en daarom zijn er over de hele wereld talloze uitvoeringen van stukken van hem. Een mooi moment om eens te kijken naar het leven en werk van deze componist, door het publiek geliefd maar door critici niet altijd even geaccepteerd.

 

Philip Glass werd, zoals gezegd, geboren op 31 januari 1937 in Baltimore, in de Amerikaanse staat Maryland. Op zijn zesde leerde hij viool spelen, en op zijn achtste dwarsfluit aan het Peabody Conservatory of Music. Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste composities, terwijl hij in zijn vaders platenzaak werkte. Op zijn vijftiende ging hij al naar de University of Chicago, waar hij pianoles kreeg van Marcus Rasking, die hem introduceerde tot de twaalftoonstechniek. Hij gebruikte deze techniek zelf ook tijdens zijn studie, maar had er weinig mee en stopte ermee zodra hij afgestudeerd was. In 1956 nam hij lessen bij de prestigieuze Juilliard School in New York, maar had niet genoeg geld om er echt te studeren, dus werkte hij 9 maanden in een staalfabriek in Baltimore als kraanmachinist. Aan het einde van 1957 kon hij eindelijk beginnen bij de Juilliard School, waar hij les kreeg van William Bergsma en Vincent Persichietti in tonale composities. Ook schreef hij muziek voor het McCarter Theater in Princeton.

 

Tussen 1961 en 1963 kon hij door een beurs van de Ford Foundation voor veel verschillende ensembles in Pittsburgh gaan werken als componist. Daarna ging hij voor twee jaar naar Parijs, om daar in de leer te gaan bij Nadia Boulanger. Hier werd hij gevraagd door regisseur Conrad Rooks om Ravi Shankars muziek voor de film Chappaqua om te schrijven naar Westerse notatie. Daarom reisde hij in 1966 naar India, waar hij Tibetaanse vluchtelingen en de dalai lama leerde kennen. Ook kwam in 1966 zijn eerste strijkkwartet uit, waarbij zijn “minimale” stijl al duidelijk naar voren kwam.

 

Na zijn periode in Parijs reisde Glass naar Noord-Afrika en weer naar India. Daarna ging hij terug naar New York, waar hij een concert van Steve Reich bijwoonde, die een grote invloed op Glass had. In deze periode richtte Glass het Philip Glass Ensemble op, om zijn unieke composities te spelen, met name in popgelegenheden. Steve Reich speelde soms mee in dit ensemble. In deze periode schreef Glass echte minimalistische composities als Two Pages, Music in Twelve Parts en Music in Fifths. De eerste traditionele concertzaal waarin Glass’ muziek werd uitgevoerd was de Town Hall van New York, die Glass zelf afhuurde om zijn Music in Twelve Parts uit te voeren. Dit stuk werd in een periode van vier jaar gecomponeerd (oorspronkelijk sloeg Twelve Parts op de bezetting, niet de opbouw), en was uiteindelijk vier uur lang.

 

In 1976 ging de opera Einstein on the Beach in première, een samenwerking met Robert Wilson. Dit was de doorbraak van Philip Glass. Het libretto bestond onder andere uit solmisatielettergrepen, getallen en delen uit het dagboek van de autistische jongen Christopher Knowles. De kostuums waren de typische kleding van Einstein: trui en een broek met bretels. De hele uitvoering beslaat vijf uur, waarbij het publiek naar binnen en buiten mag lopen als het wil (en ik denk dat je dat wel wil bij een voorstelling van zo lang).

 

De jaren hierna bleef Glass focussen op het theater. Hij kortte de muziek in van Einstein on the Beach voor de opnames (wat meteen kritiek losmaakte dat er dus te veel herhaling in de muziek zat), en schreef twee nieuwe opera’s: Satyagraha (1980) en Akhnaten (1984). Hierna werkte hij weer met Robert Wilson samen aan the CIVIL warS: a tree is best measured when it is down (de hoofdletters zijn oorspronkelijk, ik had niet per ongeluk Caps Lock ingedrukt), met ook muziek van onder andere David Byrne (van de band Talking Heads) en Franz Schubert. In 1982 schreef hij zijn eerste filmmuziek, voor de film Koyaanisqatsi. Ook de vervolgen op deze film, Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) werden door hem van muziek voorzien. Later heeft hij ook voor films als The Hours (2002) en Notes on a Scandal (2006) muziek gecomponeerd.

 

In de jaren ’80 en ’90 kwam Glass in de publieke belangstelling: hij mocht de muziek schrijven voor het ontsteken van de Olympische vlam bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, en in 1992 schreef hij de opera The Voyage voor de vijfhonderdste verjaardag van het aankomen van Columbus in Amerika. Hierna schreef Glass een trilogie van muziek gebaseerd op films van Jean Cocteau (Orphée in 1991, La belle et la bête in 1994 en Les enfants terribles in 1996), waarbij de media van muziek en film op een bijzondere manier werden gecombineerd. In 1992 schreef hij zijn eerste symfonie Low, gebaseerd op het gelijknamige elektronische artrockalbum uit 1977 van David Bowie, die juist vijftien jaar eerder Glass als een van zijn grootste inspiraties noemde. Vergelijk de nummers Warszawa uit het album van Bowie en de symfonie van Glass. Je hoort de invloeden van het minimalisme van Glass (veel herhalingen, de lange frases, etc.) in Bowie en natuurlijk de melodie van Bowie weer in Glass. In 1996 deed hij hetzelfde met zijn vierde symfonie gebaseerd op het volgende album van Bowie, Heroes uit 1977. Opnieuw kan je duidelijk de overeenkomsten tussen Bowie en Glass horen. De afgelopen 20 jaar heeft hij ook niet stilgezeten. In die periode heeft hij nog eens onder andere negen concerti, vier strijkkwartetten, zeven symfonieën (waarvan de laatste op zijn verjaardag voor het eerst uitgevoerd) en een enorme hoeveelheid werk voor piano en orgel uitgebracht. Oftewel: te veel om hier op te noemen. Het moge duidelijk zijn dat Glass een van de meest productieve en invloedrijke componisten is van de vorige (en tot nu toe deze) eeuw. Hoewel zijn minimalisme en toegankelijkheid misschien niet bij iedereen in de smaak vielen, is zijn muziek nog steeds ongekend populair en relevant, wat nog maar eens bleek bij de heel goed bezochte concerten voor zijn verjaardag.

18 January 2017
Artikel

Van Tuba tot Tubby
Een korte geschiedenis van de tuba

Door: Ivo Lemken

 

Soms ben je zo trots op een essay dat het pijn doet hem ergens in een lade te laten verstoffen of hem achter te laten in een nooit meer geopende map op je computer. Om voor deze essays toch een plekje te vinden, hebben we Essay Uitgelicht, waar we ze vereeuwigen op deze site! Hierbij de eerste editie: een essay van Ivo Lemken over de geschiedenis van de tuba, in het kader van het vak Muziek van de westerse wereld B.

 

Heb je zelf een essay geschreven dat je wil laten zien aan de wereld? Stuur hem op naar siteco@hucbald.nl!

 

 

Op 12 september 1835 werd in Pruisen het patent op de tuba verleend aan Johann Gottfried Moritz en Wilhelm Friedrich Wieprecht. 110 jaar later, in 1945, verscheen het eerste werk voor solotuba en orkest. Het was een muziekstuk voor kinderen dat uitgevoerd werd met een verteller. Het verhaal gaat ironisch genoeg over de kleine tuba Tubby die door de andere orkestinstrumenten gepest wordt met het feit dat hij geen solo’s mag spelen. Hij loopt verdrietig weg en ontmoet een kikker die hem vertelt dat het niet uitmaakt wat de andere instrumenten vinden. Tubby gaat naar huis. Het werd een hit en de in 1947 gemaakte verfilming werd zelfs genomineerd voor een Oscar. In 1954 schreef Ralph Vaughan Williams het eerste tubaconcert. Hoe verliep deze ontwikkeling van de eerste tuba tot aan deze eerste solowerken voor tuba? In mijn paper zal ik deze vraag aan de hand van de volgende deelvragen behandelen. Welke technologische ontwikkeling hebben geleid tot de ontwikkeling van de tuba in 1835? Hoe ontwikkelde het instrument zich verder? Hoe verliep de opmars van de tuba in het symfonisch repertoire en hoe werd het instrument gebruikt door componisten? Waar en hoe ontstond het eerste solistische werk en hoe ontwikkelde de tuba zich als een solo-instrument? Aan de hand van deze vragen hoop ik een compleet beeld te scheppen van de ontwikkeling van de tuba tot aan 1960.

 

Er zijn weinig uitvindingen zo invloedrijk geweest in de muziek als de uitvinding van het ventiel. In 1814 ontwikkelden Friedrich Blühmel en Heinrich Stölzel het eerste ventiel. Dit ventiel patenteerden zij in 1818 en plaatsen zij op een hoorn. Met het gebruik van twee ventielen konden op deze hoorn verschillende reeksen natuurtonen gespeeld worden, maar het gebruik ervan was onhandig en het was nog niet mogelijk om een volledige chromatische toonladder te spelen. In 1819 wist Friedrich Schneider echter een hoorn te bouwen met drie aan de zijkant gepositioneerde ventielen, waardoor een makkelijker bespeelbaar chromatisch instrument ontstond. De ontwikkeling van het ventiel ging verder en verschillende soorten ventielen werden ontwikkeld. [1] In 1835 kwamen Moritz en Wieprecht met de Berliner Pumpe, een soort piston dat verschillende problemen van eerdere ventielen wegnam. Dat dit duo zowel de tuba als de Berliner Pumpe ontwikkelde, zal zeker verband houden. De vraag of de tuba de reden was voor de ontwikkeling van het nieuwe ventiel of dat de Berliner Pumpe de makers op het idee van de tuba bracht, is echter onduidelijk.[2]

 

De eerste tuba was goed doordacht. Het instrument had als grondtoon de F in het contraoctaaf en kon door zijn vijf ventielen alle noten tot aan de grondtoon spelen. De toonkwaliteit liet echter vooral in de laagte te wensen over. Het instrument had ondanks zijn lage stemming een relatief kleine boring. Het mondstuk had een boring van 14,8 mm en de beker van de tuba had een diameter van 157 mm.[3] Ter vergelijking: een hedendaagse tuba in dezelfde stemming heeft vaak ongeveer dezelfde boring voor het mondstuk, maar de beker heeft vaak een diameter van circa .

 

Deze groei zette al snel in en het instrument begon steeds meer op de hedendaagse tuba te lijken. Verder kwamen er verschillende stemmingen tuba in omloop. De belangrijkste stap in dit gebeid was waarschijnlijk de ontwikkeling van de contrabastuba in 1845 door de Tsjechische firma Červeny.[4] Deze tuba was gestemd op de C in het contraoctaaf. Ook begonnen bouwers verschillende variaties op de originele bastuba te bouwen. Zo ontstonden onder andere de Franse C-tuba (een octaaf hoger dan de Duitse C-tuba) en het euphonium. Verder werkten verschillende bouwers aan manieren om de klank, stemming en het speelgemak te verbeteren. Dit gebeurde onder andere door vernieuwingen in de bouw van ventielen, andere materiaalkeuze en nieuwe ontwerpen. Dit alles leidde tot een grote variatie in de bouw van tuba’s, waardoor het ook steeds gebruikelijker werd dat tubaïsten meerdere tuba’s hadden om verschillende klankkleuren te kunnen produceren.

 

De tuba werd al vroeg geroemd om zijn unieke klank en raakte via (militaire) blaasorkesten snel wijdverspreid. Het duurde langer voordat componisten ook in symfonisch werk tubapartijen begonnen te schrijven. De eerste vaste tubaplekken in symfonieorkesten verschenen in de jaren veertig van de negentiende eeuw in de orkesten van opera’s in de Duitse staten. Richard Wagner was een van de belangrijkste componisten die de tuba al in een vroeg stadium gebruikte. Hij gebruikte de tuba voor het eerst in 1840 in Eine Faust-Ouvertüre, maar het is onzeker of deze partij niet in eerste instantie voor ophicleïde geschreven was met het oog op de opera van Parijs, maar zeker is dat de partij vanaf de herziene versie van 1855 tuba werd voorgeschreven.[5] Vanaf Das Rheingold schrijft Wagner regelmatig contrabastuba voor. Bruckner volgde hem in dit gebruik. Brahms was terughoudender in zijn gebruik van de tuba en gebruikte hem alleen op het moment dat het in zijn ogen daadwerkelijk een toevoeging was.

 

Het gebruik van de tuba groeide door de jaren heen. Gustav Mahler schreef in het derde deel van zijn eerste symfonie de eerste tubasolo in het symfonisch repertoire. Hier is de solo nog verstopt als derde inzet in de canon, maar later, in zijn zesde symfonie, speelt de tuba als enige aan het begin van het vierde deel. Mahler laat in de opening van dit deel niet alleen horen dat de tuba als solo-instrument gebruikt kan worden, maar ook dat de tuba samen met de hoorns tot het zacht koper behoort. Hiermee werkt de tuba als schakel tussen de hoorns, het overige koper, het lage hout en de lage strijkers. Zo wordt de solomelodielijn verdeeld over de tuba, de basklarinet, de fagotten en de hoorns. Vervolgens wordt een koraal ingezet in het hout, de hoorns en de tuba. Pas veel later zien we dat de tuba samen met de trombones wordt ingezet. Mahler zet de tuba dus breed in en vraagt veel van het instrument en de bespeler; de ambitus van de partij beslaat bijna drie octaven. Hiervoor was een ver ontwikkeld instrument nodig en een gevorderde bespeler.

 

Na deze eerste tubasolo’s volgden andere componisten en werden zelfs de eerste symfonische werken met twee tuba’s geschreven. Zo gebruikte Strauss zowel in Also sprach Zarathusra en Eine Alpensinfonie twee tuba’s.

 

In de Oost-Europese symfonische muziek zorgde Nikolai Rimski-Korsakov voor de ingebruikname van de tuba. Hij was inspecteur bij de muziekkorpsen van de Russische marine en kwam aldaar in aanraking met de tuba.[6] Hij was onder de indruk van het instrument en schreef uitdagende partijen voor tuba in zijn werken. Zo liet hij in zijn Scheherazade de tuba samen met het overige koper tongslag gebruiken. Als docent compositie en instrumentatie aan het conservatorium van Sint Petersburg gaf hij zijn positieve ervaringen door aan zijn studenten zoals Stravinski en ook bevriende componisten, zoals Borodin en Tsjaikovski beïnvloede hij. De invloed van Rimski-Korsakov was groot. De tuba werd in Rusland veel en vaak gebruikt. Tot de bekendste voorbeelden behoren ongetwijfeld de partijen in de balletten van Stravinski. Deze partijen, met onder andere een tubasolo in Petrouchka en twee tubapartijen in Le Sacre du Printemps, waren geschreven voor Franse C-Tuba. Dit was namelijk gebruikelijk bij het Ballet Russes. Ook Prokofjev schreef meerdere tubasolo’s en liet de tuba donderen in de bekende Dans van de Ridders in Romeo en Julia. Sjostakovitsj schreef twee tubapartijen in zijn vierde symfonie en liet de bastrombone en de tuba tegen het volledige orkest in de dreigende tegenmelodie spelen in zijn tiende symfonie.

 

In Frankrijk ontstonden bijzonder solistische tubapartijen door het gebruik van de Franse C-tuba. Deze tuba was een octaaf hoger gestemd zoals de bekende solo in “Bydlo” in de orkestratie van Moessorgski’s Schilderijententoonstelling van Ravel. De lagere partij in andere delen van hetzelfde stuk duidt er echter op dat naast deze hoge C-tuba ook nog een lager instrument gebruikt werd om de basfunctie te vervullen.

 

In Groot Brittannië ontstond ook een eigen tubatraditie, met name, omdat veel technieken uit de bouw van het euphonium, hier ook gebruikelijk werden bij het bouwen van tuba’s. Zo ontstonden de tuba’s die qua uiterlijk vooral opvallen doordat hun beker naar rechts wijst, maar in klank ook afwijken doordat de buis tot aan de ventielen cilindrisch en niet conisch is. Britse componisten maakten dan ook veelal anders gebruik van de tuba en lieten deze minder samenspelen met het hout en de hoorns en meer met het scherpkoper. Deze traditie zien we ook in The Planets van Gustav Holst. Holst maakt hier gebruik van een euphonium die veelal samen met de tuba speelt in meerdere solo’s.

 

In de volledige symfonische wereld schoof de tuba meer en meer naar de voorgrond en vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw ontstonden de eerste solowerken voor tuba. Ook hier kwam de aanzet vanuit de blaasorkesten. Componisten die voor solotuba schreven, waren vaak vooral bekend door hun muziek voor brassbands, fanfares en harmonieorkesten. Pas na de Tweede Wereldoorlog verschijnen ook werken van bekendere componisten voor solotuba. Zo verscheen in 1950 Waltz for Mippy III van Leonard Bernstein, in 1953 het al eerder genoemde Tuba Concerto van Ralph Vaughan Williams en in 1955 de Sonate van Paul Hindemith.

 

We kunnen dus concluderen dat de tuba een instrument is dat zijn bestaan dankt aan de uitvinding van het ventiel. Door de jaren heen is de tuba behoorlijk gegroeid in omvang. Hierdoor kreeg het instrument vooral in de laagte een stabielere en rondere klankleur. Technische verbeteringen hebben ook in stemming en speelgemak voor grote verbeteringen gezorgd. Het instrument raakte snel wijdverspreid bij blaasorkesten en werd daar gehoord door componisten als Wagner en Rimski-Korsakov die het instrument al snel gingen gebruiken in hun eigen werk. Dankzij hun invloed werd het instrument geleidelijk aan een vast onderdeel van het symfonieorkest. Het instrument kreeg een steeds prominentere rol en werd ook meer en meer gezien als een solo-instrument, maar pas na de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste grote solowerken.

 

Ik heb in mijn paper vele onderwerpen overgeslagen. Sommige onderwerpen heb ik bewust buiten beschouwing gelaten, zoals de tenortuba, de euphonium, de saxhoorns, voorlopers van de bastuba in het orkest en varianten op de tuba zoals helicons en sousafoons. Andere onderwerpen had ik graag belicht, maar kon ik door een gebrek aan informatie niet behandelen. Zo is er maar weinig bekend over de verschillende soorten tuba’s die in verschillende landen gebruikt zijn en de meningen van componisten over welke klankvoorstelling zij bij de tuba hadden. Deze informatie zou bijzonder waardevol zijn voor de uitvoeringspraktijk. Het is immers ook een raar fenomeen dat er aan de ene kant zoveel geld uitgegeven wordt om precies de juiste soort klokken, klarinetten en andere instrumenten te verkrijgen voor een uitvoering, terwijl de keuze van de tuba meestal puur afhangt van de smaak van de tubaïst. Door onderzoek te doen op basis van archieven van orkesten, instrumentenbouwers en muziekinstrumentenmusea, zou hier meer duidelijkheid over verschaft kunnen worden. Ook zou er volgens mij meer onderzoek gedaan moeten worden naar de tubapraktijk van de laatste veertig jaar.

 

 

Geraadpleegde literatuur

Ahrens, Christian. Valved Brass: The History of an Invention. Vertaald door Stephen Plank. Hillsdale, NY: Pendagron Press. 2008.

Baines, Anthony. Brass instruments: their history and development. London: Faber & Faber. 1976.

Bevon, Clifford. The Tuba Family. London: Faber & Faber. 1978.

Herbert, Trevor en John Wallace. The Cambridge Companion to Brass Instruments . Cambridge: Cambridge University Press. 1997.

Heyde, Herbert. Das Ventinblasinstrument: Seine Entwicklung im Deutschsprachigen Raum von den Anfängen bis zur Gegenwart. Wiesbaden: Breitkopf & Härtel. 1987.

Mahler, Gustav. Symphonie nr.6:in Vier Sätzen für Grosses Orchester. Lindau: Kahnt. 1963.

Morris, R. Winston en Daniel Perantoni. The New Tuba Source Book. Bloomingdale, IN: Indiana University Press. 2006.

 

[1] Christian Ahrens, Valved Brass: The History of an Invention. vert. Stephen Plank (Hillsdale, NY: Pendagron Press, 2008), 1-2.

[2] Clifford Bevan, The Tuba Family (Londen: Faber & Faber, 1978), 76.

[3] Bevan, Tuba Family, 84.

[4] Bevan, Tuba Family, 135.

[5] Bevan, Tuba Family, 135.

[6] Bevan, Tuba Family, 143.

17 December 2016
Artikel

Door: Thomas Batelaan

 

 

Archibald tuurde verdwaasd naar de noten. Het leek alsof iemand ze had uitgekrast. Door de zwierige figuren die hij wel kende van de kathedraalschool liepen kaarslrechte rode lijnen. Het leek alsof het wezen, wat het ook was, klauwen had en in een snelle beweging had geprobeerd de muziek onleesbaar te maken. Archibald neuriede een beetje, probeerde de richting van de melodie te volgen. Het lukte hem niet. Geen wonder, je moest de melodie al kennen als je het notenschrift wilde ontcijferen. Hij aarzelde, maar het boek lonkte naar hem, en al snel verdween het onder zijn pyjamajasje en wist hij dat-ie wegkwam. Hij voelde de koele gespen van het boek tegen zijn huid terwijl hij zich een weg baande door de massa. 

 

 

Toen hij thuiskwam besefte hij dat dit een fout was. Het boek wat hem zo verleidelijk had geleken toen hij in de kamer was, leek hem nu volledig nutteloos. Hij kon toch niets met deze bladmuziek waarvan hij de betoverende melodieën was vergeten.

 

 

Die nacht legde hij het boek onder zijn kussen. Hij bad, doofde de kaars en viel al snel in een diepe slaap. Hij had gekke dromen.

 

 

“Archibald… Je hebt gestolen van de verkeerde. Ik ben Sint Cecilia, en voortaan zul je mij dienen.”

 

 

Lees hier wat voorafging...

 
28 November 2016
Artikel

Door: Reïnda Hully

 

  Door het raam loerde Archibald de kamer in, maar hij zag niks. Tot de deur van de kamer geopend werd. Archibalds hart begon sneller te kloppen. Zou hij dan nu eindelijk, na al die koude en donkere nachten gaan ontdekken wie er achter die magische klanken zat? Die verslavende, magische muziek die Archibald zijn slapeloosheid deed vergeten en de koude, donkere nachten dragelijk maakte? Archibald stapte bij het raam vandaan; hij twijfelde. Wilde hij echt weten wie dit muzikale genie was, of zou dit de magie van de muziek verpesten?
  Plots zag Archibald een lichtflits. Er was een kaars aangestoken in de kamer. Nieuwsgierigheid kreeg de overhand en Archibald raasde naar het raam. Hij zag een klein wezen, lezend in een stoel, gekleed in een grote donkerrode mantel waardoor Archibald niet kon zien of het een vrouw, man of überhaupt een persoon was. Instinctief klopte Archibald op het raam. Het wezen keek op. Het enige wat Archibald zag waren twee groene ogen…
  In een verschrikte beweging kwam het muzikale wezen met de groene ogen uit zijn stoel en verdween het in zo’n snelle beweging dat het de kaars uitblies. Archibald viel achterover, verschrikt door de onverwachte gebeurtenis. Hij hoorde de deur aan de andere kant van de kelder geopend worden. Het wezen vluchtte! Archibald haastte zich richting de deur maar trof niets anders aan dan de rode mantel. Onder de mantel lag een boek, volgeschreven met een onbekend notenschrift.

 

Lees hier wat voorafging...

26 November 2016
Artikel

Toch logisch, dat alle mensen broodjes willen? "Alle Menschen werden Brüder" was lange tijd voor een zekere commissaris extern een compositie waarin Beethoven duidelijk wereldhonger als onderwerp had genomen. We maken ons allemaal wel eens schuldig aan een rare verspreking of een hilarische uitspraak. Onder de titel van de meest muziekwetenschap-onverantwoorde quote zetten wij elke maand de beste van deze uitspraken op de site. Lees hier de allereerste editie, met de beste uitspraken van november:

 

 

"Ik kan heel goed polygaam zingen"

 

 

“Russen zijn eigenlijk geëmigreerde Afrikanen”

 

 

"Paula, jij bent puur pret van binnen!"

 

 

"Oude mensen zijn gewoon autistisch ofzo"

 

 

"Het is vandaag Terrible T-shirt Day, oftewel TTT"

 

 

"Jeroen gaat naar een gayfeest, maar het is volle maan..."

 

 

"Cavia's zijn gewoon Limburgers"

 

 

“Ik krijg de hele tijd kippenvel van het requiem van Mozart.”
- “#Chickensoup”

 

 

"Hucbald is mijn vriend. Beetje triest, ik kan niemand vinden dus neem ik naar een oude monnik"

 

 

"Ik dacht dat Doctor Who zo'n man was die mensen met problemen hielp" 
- "Dat is Dr. Phil"

 

 

“Soms zie je opeens iets verrassends daar beneden”

 

 

Ook een grappige, slechte of musicologisch onverantwoorde uitspraak gehoord of gemaakt? Stuur hem op naar siteco@hucbald.nl, en we plaatsen hem anoniem!

15 November 2016
Artikel

Door: Jeroen Berg

 

“En terwijl de hele wereld zich richtte op de nieuwe presidentiele aanwinst van Amerika wist Hucbald afgelopen weekend te ontsnappen aan de dagelijkse sleur in het meer dan idyllische Brugge.” - Jeroen 2016.
 

Het avontuur begon al op de heenreis. Diantha kreeg skateboardles op Antwerpen Centraal, Cas slaagde erin om tijdens een groepsfoto van zijn treinstoel te vallen en Hucbald werd – only in België – vermeld op de omroepborden op het perron (een echte ego-booster). Na een geheel vlekkeloze reis kwamen we aan in ons sfeervolle hostel, pakten we onze spullen uit en gingen we gezamenlijk uit eten. Waar? Bij het meest schattige restaurantje ooit genaamd Poules Moules (of volgens Tim: Pauwles Mauwles. Echter, iedereen weet natuurlijk dat je dat niet zo uitspreekt). Na een flink bunkerfestijn gingen we – zoals aangekondigd in het creatieve programmaboekje – het nachtleven van Brugge empirisch onderzoeken. Hierbij zijn we tot de volgende conclusies gekomen:
 

Er bestaat een zogenaamd ‘Praatcafé’ in het centrum van Brugge. Volgens hun slogan: ‘the place to be’. Het klonk een beetje als een gevalletje simpele marketingstrategie, maar ze hadden meer dan gelijk! Niet vaak heb ik zo’n fijne combinatie meegemaakt van persoonlijke gesprekken onder het genot van fruitige biertjes. Zelfs in mijn vierde jaar kan ik Hucbald nóg beter leren kennen! Natuurlijk ook omdat er gezellig veel eerstejaars mee waren (that’s the spirit guys!).
 

Aansluitend op het praatcafé ging de gehele groep de club in. Daar heb ik een voor mij geheel nieuw systeem van bestellen ontdekt. Dat ging als volgt:
Ik liep naar de bar en het verbaasde mij dat de barmannen geen oogcontact maakten met mij. Nog voordat dit enkele schade aan mijn zelfvertrouwen kon aanrichten werd ik aangesproken door een man in een wit overhemd. Hij leek wat aangeschoten, want zijn zinnen kwamen er vrij onverstaanbaar uit. Hij knikte met zijn hoofd en gebaarde dat hij een drankje voor mij wilde halen. Wat? Nog geen twintig seconden aan de bar en nu al een wanhopige versierder tegen het lijf gelopen?! Is dit normaal in België? Is ie op mijn geld uit? Mijn nieuwe trui? Mijn Hucbald-programmaboekje? Al snel werd ik in de realiteit teruggeschopt toen de man zei: ‘’dude, I work here…’’. Blijkbaar staat er altijd een ober aan de bar die bestellingen opneemt en deze (d.m.v. handgebaren, erg knap) doorgeeft aan de barmannen. Een belangrijke empirische waarneming… Gelukkig kon ik er om lachen en dansten we de avond vol. Met Hucbald dan. 
 

De volgende dag nam Marjolein het voortouw en leidde de groep door de stad tijdens de traditionele stadswandeling. De mooiste gebouwen, de oudste bruggetjes van Brugge en zelfs een kanon in een voetpad kwamen voorbij. Oh, en een kind dat zijn moeder kwijt was geraakt. We wisten niet wie het was, maar we hebben gelukkig wel beeldmateriaal. Marjolein was zo slim geweest om – in plaats van het kind te helpen – foto’s te maken. Leuk voor later! We vervolgden het programma met een persoonlijk rondleiding in het Concertgebouw. Ja. Het Concertgebouw. Van Brugge. En nee – de rondleider had geen idee dat er eentje al meer dan honderd jaar in hartje Amsterdam staat. Konden we hem ook nog wat leren! Desondanks was het een fantastische vent die ons graag alles liet zien en daarmee de grenzen opzocht van wat eigenlijk mocht (de dirigent betrapte ons in zijn kleedkamer – oeps). Die avond keerden we nog eens terug naar het Concertgebouw om een klassiek concert bij te wonen. Brahms, Beethoven en Schubert – en helemaal uitverkocht. Heerlijk!
 

De laatste dag was iedereen lekker zijn eigen weg gegaan en heb ik met een groepje uitgebreid mosselen gegeten en aandoenlijke winkeltjes bezocht. Het was even oppassen om niet geraakt te worden door de vele paard-en-wagens in het centrum, maar we hebben het er heelhuids vanaf gebracht en zijn uiteindelijk naar huis gegaan met een grote lading Belgische chocolade. Die konden we niet aan ons voorbij laten gaan. Een erg geslaagd weekendje weg!

14 November 2016
Artikel

Door: Valérie Abma

 

  Archibald kwam iedere nacht terug bij de deur om te luisteren naar de ongewoon mooie klanken die hij een paar nachten eerder had ontdekt. Het werd een dagelijkse gewoonte. Daar zat hij dan, leunend tegen de deur, met zijn oor ertegenaan geplakt. Hij wou geen klank missen. Een paar nachten later begon Archibald zich af te vragen wie deze persoon nou eigenlijk was. En waarom was hij of zij juist midden in de nacht bezig met muziek? Zou deze persoon net zoals Archibald zelf 's nachts niet kunnen slapen? Hij bleef aan de deur luisteren in de hoop iemand te horen praten, dan zou hij misschien kunnen horen of deze wonderlijke musicus een man of een vrouw was. Helaas, geen andere klank dan de mooie tonen van de muziek.

 

  Archibald besloot op zoek te gaan naar een raam. Misschien kon hij dan zien wie de musicus was. Hij liep een rondje om het huis heen en ontdekte een raam. Jammer, het was niet de kamer waar de muziek vandaan kwam. Hij besloot terug te gaan naar de deur, en op het moment dat de muziek stopte, zou hij naar het raam gaan om te kijken of hij de musicus kon zien. Hij wachtte anderhalf uur en droomde weg bij de fascinerende klanken. De muziek stopte! Archibald haastte zich naar het raam, hij wou zo graag weten wie de bijzondere klanken maakte. En wat hij daar ontdekte?!

 

De volgende 200 woorden zijn voor... Reïnda! Lees hier hoe het verhaal verder gaat, en wat voorafging...

 

2 November 2016
Artikel

 

"Mijn iPod is nogal een zooitje"

 

Een nieuw collegejaar betekent ook een nieuwe Hucbaldiaan van de Maand, nu omgedoopt tot Humans of Hucbald! Elke maand interviewen we een andere Hucbaldiaan. Lees hier de allereerste editie, met niemand minder dan Laura van den Boogaard!

 

Laura van den Boogaard

Foto © Marjolein Wellink

 

Wie ben je, wat doe je en waar woon je?

Ik ben Laura en ik doe de research master Musicology. Hiervoor heb ik de bachelor Nederlands gedaan, en daarna de bachelor Muziekwetenschap. Ik woon in Wijk bij Duurstede.

 

Wat zijn je hobby’s?

Ik speel dwarsfluit en verder ga ik naar concerten, spreek ik af met vrienden, kijk ik een filmpje; gewoon vrij standaard.

 

Hoe veel instrumenten bevinden zich in je huidige huis?

Naast de dwarsfluit nog een gitaar en een piano. Ook heb ik nog een melodica, een blokfluit en een mondharmonica, maar die bespeel ik niet zo vaak.

 

Waarom ben je Muziekwetenschap gaan studeren?

Ik studeerde Nederlands, maar heb altijd iets met muziek gehad. Zo zong ik in een koor en speelde ik dwarsfluit, dus zodoende koos ik voor een minor Muziekwetenschap. Dat vond ik zo leuk dat ik toen de hele bachelor ben gaan volgen, en dat pad bewandel ik dus nog steeds.

 

Waar ben je trots op?

Mijn diploma’s, dat ik een leuke vriendengroep heb, en natuurlijk een leuke studievereniging!

 

Als je maar één album of compositie zou kunnen meenemen naar een onbewoond eiland, welke zou dit dan zijn?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik nogal vrij ben in mijn muzieksmaak; het wisselt heel erg per periode. Ik luister nu wel vaak een album met allemaal fluitconcerten erop, maar ik zou niet eens weten hoe het precies heet…

 

Wat is het laatste concert wat je hebt bezocht?

Dat is inmiddels wel even geleden… Volgende week ga ik in ieder geval naar Die Walküre van Wagner, in Boedapest. Ik ben benieuwd of ik het volhoud! Ik heb een jaar lang in Boedapest gestudeerd en daar een stage gedaan, en nu ga ik terug om mensen daar weer te zien. Ik heb in Boedapest mijn eerste opera’s gezien, want ik woonde om de hoek van het mooie operagebouw. Het laatste concert dat ik heb bezocht is volgens mij de opera waar we vorig jaar met Hucbald zijn geweest: Chovansjtsjina van Mussorgsky.

 

Wat wil je zeker nog doen in je leven?

Ik wil heel graag een rondreis maken in Amerika! En nog meer reizen zodat ik alle grote bekende concertzalen gezien heb.

 

Wie is/zijn je favoriete musicus/musici?

Emily Beynon, fluitist in het Koninklijk Concertgebouworkest. Verder moet ik even bedenken wat er allemaal op mijn iPod staat, maar dat is ook nogal een zooitje, dus ik zou het niet weten.

 

Wat is het vreemdste wat je tijdens je studie hebt meegemaakt?

Toen ik in Boedapest was werd ik in een hokje gestouwd met een docent. Er waren niet eens echt normale tafels en stoelen. Er kwamen steeds meer mensen bij totdat het echt propvol zat. Je moest je daar inschrijven door met een blaadje naar de docent te gaan en aan hem of haar te vragen of je daar mocht zitten. Als dat mag zetten ze hun handtekening. Aan het eind van het blok moet dat weer, en dan kreeg je weer een handtekening en je cijfer. Ik weet niet of dat normaal is daar, maar ik vond het in ieder geval raar!

 

Als je één instrument zou kunnen kiezen dat je direct perfect zou kunnen bespelen, wat zou het dan zijn?

Sowieso piano. Ik zou dat echt heel graag goed kunnen spelen, omdat je als pianist alles kan begeleiden. Ook is het handig voor opdrachten, dat je zelf even wat kan proberen. Het lijkt me sowieso heel leuk om een begeleidend instrument te bespelen. Tot op heden is dit nog niet gelukt. Ik heb me er nog niet echt toe kunnen zetten om echt structureel te blijven oefenen…

 

Met welke musicus of componist zou jij jezelf uiterlijk of innerlijk willen vergelijken?

Uiterlijk wordt sowieso al vrij lastig natuurlijk. Qua innerlijk weet ik natuurlijk ook niet wat er zoal in die mensen omgaat, maar als ik van die romantische verhalen hoor dan weet ik ook niet of ik mezelf daar wel mee wil vergelijken!

 

Wat is de beste reis die je ooit gemaakt heb?

Sowieso mijn Interrail-reis. In 2013 ben ik op Interrail geweest door Centraal-Europa, dus Berlijn, Krakau, Boedapest, zo’n heel rondje. Drie weken lang met de trein. Dat was echt een top reis.

 

Wat is je favoriete quote?

Ik heb natuurlijk altijd een quotenboekje bij me waarin ik alles opschrijf, haha. Ik kan hier natuurlijk aan komen zetten met al die clichés, maar dat past eigenlijk niet echt bij me. Een favoriete quote heb ik niet echt. Misschien moet ik echt eens een boekje gaan bijhouden. Soms hoor je of lees je iets waarvan je wil dat je het gaat onthouden, en misschien moet ik dat maar eens gaan opschrijven.

 

Wat is je favoriete project binnen Hucbald?

Het koorproject is super tof. Het requiem van Verdi mogen uitvoeren was echt heel cool, en dit jaar wordt het natuurlijk Mozart. Ik denk dat we ons nu kunnen aanmelden (dat klopt, ga naar koorproject.hucbald.nl, red.), dus dat ga ik zeker doen.

 

Waar hoop je over 10 jaar te staan?

Het ligt er een beetje aan. Of ik werk ergens bij een orkest, of ik heb mijn PhD afgerond en ik ben ergens bij een universiteit aan het werk.

 

Wat is je favoriete vierklank?

Ik heb geen idee, ik kan geen random akkoord kiezen…

 

Als je een serenade voor je favoriete drankje zou schrijven, welk drankje zou dit dan zijn, en wat zou de titel van de serenade zijn?

Ik drink helemaal niet vaak, dus dit is een lastige vraag. Ik heb niet per se een favoriet drankje, maar een drankje waar ik goede herinneringen aan heb is Fröccs, een mix tussen wijn en bubbeltjeswater, wat vaak gedronken wordt in Boedapest. De titel zou zijn: “water bij de wijn is soms toch fijn”.

31 October 2016
Artikel

Door: Paula Breeuwer

 

  Het was een donkere koude nacht. Alles bleek doodstil, maar als je goed luisterde, kon je de blaadjes horen ritselen. De straten waren leeg: iedereen sliep, alleen een enkele verdwaalde kat liep nog te zwerven.

  Maar ergens in de stad, brandde er nog een lichtje. Archibald kon niet slapen. Het was al de derde nacht die week. Hij klapte zijn boek dicht, trok zijn Jas over zijn pyjama aan en sloop de nacht in. Hij liep al een tijdje, verdwaald in zijn gedachtes, toen opeens een deur zijn aandacht trok. Waarom dat zo was bleef een mysterie. Het zag eruit als een gewone achterdeur, die naar een berging of kelder leidde. Archibald bleef er een momentje voor staan totdat hij doorhad dat er iets aan de hand was. Hij hoorde iets maar kon niet plaatsen wat het was. Hij plakte zijn oor verder tegen de deur en bleef zo een tijdje wachten. Het waren rare klanken. Opeens had hij iets door. “Het is muziek!” riep hij verbaasd. Hij probeerde meer op te vangen en het werd hem steeds duidelijker dat er iets aan de gang was in die kelder. Hij hoorde klanken die hij nog nooit gehoord had, maar hoe langer hij luisterde, hoe meer het uit zichzelf leek te spreken.

  Toen hij s ‘morgens wakker werd, zat hij daar nog, half leunend tegen de deur. Het was weer stil in de kelder geworden, de geluiden van het dagelijkse leven namen weer de overhand.

  De volgende dagen kon Archibald deze bijzondere avond niet vergeten. Hij besloot om terug te gaan. Die nacht gebeurde precies hetzelfde, hij werd bijna geobsedeerd door deze nieuwe muziek en nacht na nacht na nacht keerde hij terug naar de deur.

 

De volgende 200 woorden zijn voor….Valérie! Lees hier hoe het verhaal verder gaat, en wat voorafging...

25 October 2016
Artikel

Door: Tim Stormer

 

Hucbald was maandag waar hij thuishoort: in de spotlight! Studium Generale organiseerde in Het Gegeven Paard in TivoliVredenburg een Science Café waarbij docenten van de Universiteit Utrecht in een soort talkshow-achtige setting praten over allerlei onderwerpen, van geweld tot geluk tot porno. Alles komt aan bod. Vorige week maandag was het de beurt aan het onderwerp ‘muziek’. Daar moesten wij natuurlijk bij zijn! Al bij binnenkomst trokken wij de aandacht van presentator Mustafa Marghadi, die we natuurlijk allemaal kennen van Het Klokhuis (toch?). Tijdens zijn soundcheck waarbij hij aan één stuk door sprak over vrij weinig tot niks, trok vooral oud-voorzitter Larissa zijn aandacht met haar stunning looks! Volgens Mustafa leek zij namelijk sprekend op Dafne Schippers (ik zie het nog steeds niet, maar volgens Larissa zelf had ie eigenlijk wel gelijk). Vervolgens namen wij, uiteraard, plaats achter de sprekers… vol in de spotlight en het zicht van de camera. Precies waar we horen dus! Verschillende onderwerpen met betrekking tot muziek en emotie kwamen langs. Dat muziek onze gevoelens bespeeld was natuurlijk al duidelijk. Volgens de wetenschappers aan tafel is dit echter een te beperkte opvatting van de kracht van muziek. Muziek speelt een onvoorstelbare grote rol in ons dagelijks leven, maar ook dat was voor ons als musicologen in spe geen wereldschokkend nieuw.

 

Onze docent prof. dr. Emile Wennekes vertelde iets over een onderwerp waar hij menig Hucbaldiaan ook een cursus over heeft gegeven, namelijk: filmmuziek. Verschillende thema’s werden door degenen die het vak gevolgd hebben herkend, wat dan weer leidde tot blikken naar elkaar, zo van “Oja! Copland 1949, weet je nog?” Uiteraard had Emile Wennekes het over de rol van muziek in films, en hij legde uit dat filmmuziek meer doet dan het aanzwengelen van emoties. Hij vertelde over zijn favoriete Hollywoodklassieker Casablanca waarin sommige thema’s herhaaldelijk terugkeren en zo een belangrijke voortstuwende narratieve rol spelen. Voor de studenten die het vak filmmuziek hebben gevolgd was dit een heel herkenbaar voorbeeld.

 

Literatuurwetenschapper Kiene Brillenburg Wurth, een naam die voor de presentator niet uit te spreken was, vertelde over het sublieme in muziek. Zij nam de stelling in dat muziek er is om de massa in vervoering te brengen, zodat deze zich gezamenlijk overgeeft aan de hogere macht. Ze verwijst hierbij naar de hedendaagse gigantische festivals zoals Tomorrowland, waar de DJ de hogere macht is die in zijn uppie het massale publiek weet te bespelen. Dat de mens een kuddedier is kan volgens Wurth dus naar boven komen dankzij muziek.

 

Ook musicoloog dr. Harm Langenkamp sprak over zijn onderzoeksgebied: muziek in de Koude Oorlog. De strijd, tussen het kapitalistische westen en het communistische oosten speelde zich namelijk niet alleen op militair, maar ook op cultureel vlak af. Na WOII zagen de Amerikanen dat de Russen erg succesvol waren met het inzetten van kunst om het Russische volk van haar eigen superioriteit te overtuigen. Om de invloedssfeer van de Russische propagandamachine zo veel mogelijk te beperken begon Amerika een tegenoffensief met muziek als wapen. De CIA had als doel de door Stalin verbannen muziek van Russische componisten zoals Stravinsky, door Europa te verspreiden.  

 

Tot slot vertelde mediawetenschapper Dan Hassler-Forest over protestmuziek, en stelt hij dat de protestsong duidelijk het tegenovergestelde is van propagandamuziek. Weliswaar worden beide ingezet als politiek middel, maar waar de overheid propagandamuziek aan het volk oplegt om hen zo een boodschap mee te geven, komen protestsongs juist van ‘onder’, om de óverheid een boodschap mee te geven. Bij protestsongs denkt men altijd aan de singer-songwriters van “vroeger”, zoals natuurlijk Bob Dylan, maar artiesten zoals Boyoncé en Kendrick Lamar zijn hedendaagse voorbeelden. “Alles is politiek” stelt Hassler-Forest, “ook Disneyfilms: zo’n film maakt misschien geen politiek statement, maar zegt wel een hoop over hoe we in onze samenleving over bepaalde zaken denken, zoals man-vrouwverhoudingen.”

 

Na afloop van de talkshow was er ruimte voor vragen. Mustafa was natuurlijk erg benieuwd wat onze eigen Dafne Schippers nog te weten wilde komen over de voorbij gekomen onderwerpen. Gelukkig zat Larissa al helemaal klaar om haar vraag te stellen. Toen alle vragen gesteld waren was het tijd voor een biertje in, waar kan het ook anders, ’t Pandje.

 

24 October 2016
Artikel

Door: Femke Claessen

 

Donderdag 13 oktober was het zover: het eerste open podium van het collegejaar, en voor een aantal eerstejaars (waaronder ikzelf) het allereerste open podium van Hucbald. Bij binnenkomst werd er nog druk gesoundcheckt en nadat we een programma ontvingen van kersverse FeestCo-voorzitter Daniëlle waren we er helemaal klaar voor. De nieuwe FeestCo werd voorgesteld en daarna begon de avond met een optreden van onze secretaris Diantha. Met een flinke dosis zelfspot zong ze eerst Randy Newman’s Short People, en daarna Wannabe van the Spice Girls met een twist: de beste versie sinds de uitvoeringen op het introductiekamp heb ik me laten vertellen.

 

Met de optredens die volgden werden de vermoedens nogmaals bevestigd: Hucbaldianen barsten van het talent. Re-Action, bestaande uit Rico en Marc, zag dit open podium als een try-out voor hun eerste echte concert de dag erna, maar eigenlijk was dit natuurlijk hun eerste concert. Davin bracht een prachtige ode aan Ewald de Hucminion, die inmiddels de harten van veel Hucbaldianen heeft veroverd, en zijn nummer FFS had een iets andere betekenis dan wat het publiek verwacht had... Het duo Sleeër was misschien wel het béste voorbereid en bracht een Kattenmedley die uiteindelijk uit 1 dansende kat (Rhodan) bestond, een Spaanse dans en een slechte rap… Onze kennis van de Groningse taal is door Richard ook weer even opgefrist! Van Groningen gingen we naar Spanje, naar de prachtige gitaarklanken van Manuel waar iedereen aandachtig naar luisterde. Natuurlijk trad ook de Hucband op met de nieuwe zangeressen Naomi en Larissa.

 

Na de nummers Still Don’t Know en Wanna Be Like You was al gauw duidelijk dat de Hucband dit jaar weer een succes zal zijn! Er volgde dan ook een toegift en een luid applaus voor de nieuwe leden. Het was hartstikke gezellig en niemand wilde nog naar huis, dus volgde er al snel een jamsessie. En tja, geen Hucbaldactiviteit is compleet zonder Queen, dus werden door de aanwezige Hucbaldianen nog prachtige versies van Bohemian Rhapsody en Don’t Stop Me Now uitgevoerd. Een zeer gezellig en geslaagd eerste open podium van dit jaar en wie weet, misschien zijn er tijdens één van de volgende open podia wel optredens van eerstejaars bij…

31 May 2016
Artikel

Door: Wout Bekhuis

 

Begin deze maand, tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei, gingen in heel Nederland de gedachten uit naar de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel tijdens de Nationale Herdenking ook slachtoffers worden herdacht van oorlogssituaties en vredesmissies nadien, blijft deze periode waarin het antisemitisme hoogtij vierde toch een beetje de hoofdgedachte.

 

Antisemitisme heeft ook een rol gespeeld in de wereld van muziek en als we het hebben over antisemitische componisten kom je al heel snel uit bij de meest prominente componist uit deze categorie: Richard Wagner (1813-1883).

 

Decennia lang zijn de werken van Wagner niet uitgevoerd in Israël. In november 1938, nadat in Duitsland de Kristallnacht had plaatsgevonden, werd in Palestina door het Palestijns Symfonie Orkest besloten de prelude van Wagners Der Meistersinger von Nürnberg van de programma’s  van de eerste concertseries van het seizoen te schrappen. Sindsdien konden muzikale instellingen in Palestina en in heel Israël geen werken van Wagner uitvoeren zonder daarbij een grote oproer te veroorzaken. Het schrappen van Wagners stuk diende ter veroordeling van het beleid van Nazi-Duitsland en de gebeurtenissen rond de Kristallnacht. Wagner werd mede hierdoor de meest prominente en problematische symbool van de nalatenschap van Nazi-Duitsland. Waar komt de afkeer van het Israëlische volk tegen Wagner vandaan en waarom kunnen zijn werken daar al zo lang niet onder normale omstandigheden worden uitgevoerd?

 

Wagner produceerde naast muzikale composities ook geschriften waarin hij zijn afkeer uitte tegen de bestaande sociale structuur destijds, waarin een specifieke groep van etnische minderheden floreerde zoals dat nog niet eerder in Europa was voorgekomen: de Joden. Wagners meest beroemde schimprede tegen de Joden is het in 1850 onder het pseudoniem K. Freigedank uitgebrachte Das Judentum in der Musik. In dit werk tracht Wagner het zogenaamde aangeboren gebrek aan (muzikaal) talent te bewijzen door middel van een analyse van Joodse muziek. Zijn zogenaamde bewijs hiervoor bestond vooral uit negatieve commentaren op typisch Joodse gedragingen, kleding en uiterlijk. Hij eindigde het werk met een oproep tot aflossing van de Joden door middel van vernietiging.

 

Dat Wagner in Israël een symbool werd van het nalatenschap van Nazi-Duitsland is het resultaat van historische gebeurtenissen in combinatie met een emotionele houding. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was Wagner de populairste operacomponist, waardoor mensen in Duitsland en Oostenrijk wel in aanraking móésten komen met Wagners werk. Ook ontving Adolf Hitler veel warmte van Wagners weduwe Cosima en de rest van de familie. De Joden die de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog overleefd hebben, hebben wellicht de tonen van Wagners muziek uit de ramen van Nazi-officiers horen klinken. De Nazi’s luisterden naast Wagner ook veel naar componisten als Beethoven, Liszt, Mozart en Bach, maar geen enkele componist publiceerde zulke schaamteloze antisemitische werken als Wagner en geen families van andere componisten omarmden het Nationaalsocialisme met zoveel warmte als die van Wagner.

 

Muziek wekt, misschien wel meer dan welke andere artistieke middelen dan ook, sterke emoties op. Wagners muziek versterkt de emoties van zijn aanbidders en verstoort de kalmte van zijn haters. Wagner is door de omstandigheden in de eerste helft van de twintigste eeuw, de timing van zijn ongekende populariteit en zijn persoonlijke en familiale antisemitische uitingen een componist geworden die, vooral nog in Israël, symbool staat voor gebeurtenissen die decennia na zijn dood plaatsvonden.

2 May 2016
Artikel

“Enjoying life… Behind enemy lines…”

Hucbald studiereis naar Madrid, door Reïnda Hully

 

De Hucbaldianen die mij een beetje kennen zullen de gedachte achter deze titel meteen snappen. Als diehard-Barcelonafan was het voor mij toch even goed nadenken voordat ik mij opgaf voor de studiereis naar Madrid. Uiteindelijk heb ik voor niks nachten wakker gelegen ‘cause man did I have a good time!
    Hoewel de ogen al veel eerder geopend waren, of bij een enkeling niet eens gesloten werden, begon de reis-spanning pas echt rond een uur of half tien van afgelopen 16 april: de aankomst in de Spaanse hoofdstad. Na een korte trip met de metro en het marcheren door wat smalle straatjes van Madrid kwamen we aan bij het hostel: Mad4You. Beetje jammer dat we niet meteen konden inchecken, maar it’s all good, we zijn op vakantie en de zon schijnt! Nog niet echt, maar onder het mom van fake it ‘till you make it gaat de zonnebril toch op. En daar ging team Hucbald, een beetje moe, maar klaar voor de stadswandeling. We kwamen langs verschillende trekpleisters van Madrid zoals de Puerta del Sol; het midden van Spanje, Chocolatería San Ginés; the place to be voor uw churros, en El Real; het operagebouw van Madrid waar wij later die week nog vele uren door zouden brengen… Inmiddels was het zo hard gaan regenen dat het eerste (verwarmde) terrasje een feit was. Na wat biertjes/wijntjes/sangriaatjes mochten we het hostel in en kon de chillmodus ingeschakeld worden. Na een geslaagd gezamenlijk diner was iedereen vrij om te gaan en staan waar ze wilden. En dus werd er gedronken, gedanst of slaap ingehaald van de vermoeiende dag. Een ding was zeker, de studiereis was up and running.


    Een goede nachtrust en ontbijt verder begon team Hucbald weer fris en fruitig aan de tweede dag. We begonnen bij een grote markt waar van alles verkocht werd; kleding, elektronica, schilderijen, schilderijlijsten etc. Kortom, voor ieder wat wils. Next stops waren het koninklijke paleis en het Campo del Moro Jardín. Het Palacio Real de Madrid was een enorm gebouw met een misschien nog groter plein ervoor. Na een bezichtiging in het paleis en de photoshoots op het plein was het gezamenlijke programma voor de dag afgelopen en werd er vooral veel uitgerust in één van de vele tuinen/parken die Madrid bezit. Een relaxte dag met vooral veel lusten voor het oog. On to the next day…
    De operadag. De dag begon met een uitgebreide rondleiding door het Teatro Real, het operagebouw van Madrid. Van de zaal tot de repetitieruimtes, de pruikenkamer tot de wc van de koninklijke familie, we. saw. it. all. El Real is een groot gebouw met zelfs enkele kamers die deden denken aan de verschillende ruimtes in het koninklijke paleis. Uiteindelijk moest onze enthousiaste gids ook even navragen waar we ook alweer precies waren. Na de interessante rondleiding hadden we even vrije tijd voor onszelf. Tijd zat om je outfit klaar te leggen of aan te passen met nieuwe kleren. People were lookin’ on fleek, daammnnn.. Voor mij en enkele andere leken in de operawereld werd deze tijd echter vooral gebruikt om ons mentaal voor te bereiden voor de avond die ging komen. Op het programma stond namelijk de opera Parsifal van Richard Wagner. Een indicatie van de duur begon met ‘ca. 4 uur,’ dit werd echter snel uitgebreid naar 5.5 uur. Believe me people, I tried… Maar ik als onervarene kon het niet handelen. Hetgeen dat ik echter met volle aandacht mee heb mogen krijgen was heel indrukwekkend. Na een overheerlijke CBO (check m’n FB) en nog wat dancemoves was het weer time for bed.
    Op de vierde dag van onze trip kan het ‘studie’-gedeelte officieel toegevoegd worden aan de studiereis. Er waren twee colleges speciaal voor ons gepland in het universiteits-‘dorp’ van Madrid. We leerden over historische, erotische muziek uit Spanje, verschillende vormen van Flamencomuziek en de klaptechniek van Flamenco. Is nog ingewikkelder dan ‘t lijkt. Geïnspireerd en al klappend kwamen de meesten de collegezaal weer uit. Team Hucbald zou vervolgens pas weer ’s avonds meeten voor de kroegentocht. Exotische drankjes (aardbei, chocola en alcohol? Oooh Lord!), livemuziek en uiteraard weer een feestje.
    De planning was om op de vijfde dag in de middag pas samen te komen bij het Museo Nacional del Prado. Voor de meesten betekende dit enigszins uitslapen, voor de echte diehards betekende dit daarentegen de mogelijkheid om andere dingen te bezichtigen in Madrid. Uiteindelijk kwam Team Hucbald weer bij elkaar voor het museum, waar wij ongeveer twee uur rond mochten struinen om te genieten van onder andere barokkunst. Later op de avond zouden we ons onder dompelen in de Spaanse cultuur en een echte Flamencoshow bijwonen. Een intense show met muziek, zang en dans, waarvan je in een soort trance raakte. Meeklappen tijdens de show durfden we nog niet aan. Klappen na de show ging ons wel goed af…    
    De volgende dag stond in het teken van het uitje naar Toledo. Slechts een korte treinreis vanaf Madrid ligt het stadje met vele bezienswaardigheden. Met een kathedraal, een synagoge en een moskee maakt het haar naam als culturele hoofdstad al waar. Wat veel van ons echter opviel in de stad waren de vele zwaarden, schilden en ridderharnassen die op elke hoek van de straat verkocht werden. Door de vrije tijd in Toledo splitste de groep zich snel op en ging haar eigen weg. Souvenirs werden gekocht, culturele gebouwen bezocht, photoshoots georganiseerd en terrasjes geclaimd. Relaxation was the keyword voor dit uitje tijdens de studiereis. Om vervolgens na terugkomst ook nog speciaalbiertjes te drinken naast het hostel. Aaah, life’s good…
  

 De laatste volledige dag in Madrid was inmiddels aangebroken. Op het programma stond La Tabacalera, een oude tabaksfabriek die inmiddels overgenomen was door urban/underground-artiesten die het pand gebruikten om hun creativiteit te uiten. Kleine tegenslag, het ‘museum’ was nog niet open… No worries though, er is nog genoeg te zien in Madrid. Een groot park (met bootjes!) werd uiteindelijk overgenomen door Team Hucbald. Uiteraard werd er rondgevaren en genoten van het redelijk zonnige weer. Opnieuw was er veel vrije tijd gepland voor de dag waardoor verschillende groepjes Hucbaldianen verspreid door Madrid rondliepen om de laatste paar dingen te bezichtigen. Een gezellig, gezamenlijk diner in de buurt van het hostel, met enige geluidsoverlast vanuit onze hoek(?!) zorgde voor een mooie onofficiële afsluiting van de week. Zoals alleen echte studenten dat kunnen werd er natuurlijk goed gefeest op onze laatste avond in Spanje. Hucbald drunk… Hucbald drunk…
       El última día, koffer gepakt, kamer opgeruimd, ready to catch a last glimpse of Madrid. Het laatste gezamenlijke uitje was naar het moderne kunstmuseum: Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofiá. We konden o.a. kunstwerken van Picasso en Dalí bewonderen in het grote museum. In de laatste paar vrije uren voor de terugreis is een gedeelte van de groep nog terug geweest naar het urban-museum in de tabaksfabriek. Het hele pand zat onder grote, vaak kleurrijke, graffiti werken. Daarnaast waren er enkele kraampjes met zelfgemaakte producten die verkocht werden.
    Ruim op tijd kwamen we uiteindelijk aan op het vliegveld in Madrid. Vermoeid, een beetje verkleurd en nog nagenietend stappen we het vliegtuig in. Reisco, deze trip was on fire! Maar als we naar Barcelona waren geweest… HA just kiddin.’ Y’all rock! Waar gaat de volgende reis heen? Ik ben d’r klaar voor. Let’s rolllll!

24 April 2016
Artikel

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Let me talk about it from a personal point of view. I did Batman Begins with Chris[topher Nolan] twelve years ago. So the Dark Knight -trilogy might be three movies to you; to me it was eleven years of my life. Then I did Superman [Man of Steel], then I did this one [Batman v Superman: Dawn of Justice]. And . . . I might as well say it: I have . . . officially retired from the superhero business.

– Hans Zimmer

 

 

Zo kondigde Hans Zimmer aan dat hij niet meer voor superheldenfilms wil componeren. Hij had vooral veel moeite inspiratie te vinden voor zijn laatste superheldenfilm, Batman v Superman (2016); hij heeft veel steun gehad van Tom Holkenborg (Junkie XL) om de muziek af te kunnen krijgen. Zimmer heeft namelijk niet alleen een standaard voor zijn films gecreëerd, hij is de standaard ervoor geworden. Hij kan niet zozeer meer als enkel componist beschouwd worden, als wel een merk. Het is dan ook begrijpelijk dat het nu te veel is geworden om constant op hoog niveau te presteren. Of is er meer aan de hand? Voor deze Musicus van de Maand wordt gekeken naar zijn beginperiode tot aan zijn recenste Batman-score.

 

De beginjaren en Media Ventures

De eerste score die ik van Zimmer hoorde, is die van Rain Man (1988), een duidelijk jaren ´80 sound, door de vele synthetische instrumenten. Wel is er een verband te leggen met zijn muziek voor The Lion King (1994): de Afrikaans klinkende percussie en instrumentatie maakt het haast proto-Lion King-muziek. Er is ook een duidelijk herkenbare melodie—een relevante opmerking, want Zimmers melodieën werden in de loop der jaren alleen maar abstracter. Toen hij echter de muziek verzorgde voor de film The Power of One (1992), was zijn Afrikaanse sound zo indrukwekkend voor Disney, dat hij werd ingehuurd om de achtergrondmuziek the schrijven voor The Lion King.

 

Naast Elton John en Tim Rice, werkte Zimmer ook achter de schermen samen met producer en medecomponist Jay Rifkin. Rifkin en Zimmer zijn de oprichters Media Ventures—inmiddels hernoemd naar Remote Control Productions—een bedrijf dat bestaat uit een grote groep samenwerkende filmcomponisten. Collectief verzorgden ze de muziek onder de naam van Hans Zimmer. Dit zorgde voor een unaniem cinematisch Hollywoodgeluid dat ook onderdeel werd van tv-series en videogames. Immers elke individuele componist uit Media Ventures ging ook voor zichzelf componeren, maar behield duidelijk nog kenmerken van de Media Ventures/Zimmer-sound. Kijk daarvoor naar een paar componisten:

 

▪ Ramin Djawadi: Game of Thrones (2011–nu, tv-serie), Iron Man (2008)

▪ Harry Gregson-Williams: Metal Gear Solid (2001–2015, videogame-serie)

▪ Junkie XL: Batman v Superman (2016), Deadpool (2016), Mad Max: Fury Road (2015), Divergent (2014)

 

 

Het streven naar een unaniem cinematisch Hollywoodgeluid maakt echter dat zoveel filmmuziek hetzelfde gaat klinken. Zo zegt Christian Clemmensen over de eerste Pirates of the Caribbean-film, gecomponeerd door Klaus Badelt en Hans Zimmer (maar dus door middel van Media Ventures):

 

The most disgraceful part of the pounding and shouting score for The Curse of the Black Pearl is that there is really nothing swashbuckling about it. If you remove the tepid little thirty-second jig from the start of the opening cue, then this score could easily accompany a movie about alien attacks, police force raids, chases for nuclear weapons, or any other militaristic setting. It immediately begged the question: Did none of these two dozen men at Media Ventures actually walk across town and get on the ride at Disneyland?

 

Daarbij is het hoofdthema van The Curse of the Black Pearl, “He’s a Pirate,” vrijwel identiek aan “The Battle” van Gladiator (2000), zoals ik ook aangaf in een eerder artikel. Maar zowel qua compositie als qua sound begon in de loop der jaren alles steeds meer op elkaar te lijken.

 

Van herkenbare melodieën naar herkenbare sound

Terugkomend op herkenbare melodieën: de hedendaagse filmmuziek in zijn algemeenheid bevat nauwelijks herkenbare thema’s. Kort gezegd werd het superhelden-“genre” voor film geïntroduceerd door Richard Donners Superman (1987) en werd het big business door Christopher Nolans The Dark Knight (2008) en Jon Favreaus Iron Man (2008). Als dan wordt geluisterd naar de melodische thematiek dan schommelt het constant. Danny Elfman schreef muziek voor Batman (1989) en Spider-Man (2002); van alle componisten is hij misschien nog steeds wel traditioneel met het gebruik van sterk herkenbare melodieën. Hij is dan ook niet onderdeel van Media Ventures. De Iron Man-score door Djawadi leek bijna een omarming van traditionele melodische thematiek en een Zimmer-sound, maar de filmmaatschappijen lijken liever enkel die Zimmer-sound te willen, want Iron Man 2 en Iron Man 3, geschreven door andere Media Ventures-componisten, bevatten nauwelijks herkenbare thema’s. Zimmer en James Newton Howards muziek voor The Dark Knight-trilogie (2005–2012) bevatten wel degelijk melodische thematiek, maar de sound is veel meer een onderdeel van de thematiek, dan de melodieën dat zijn.

 

Alex Bolton zegt dan ook:

 

Also, what happened to superhero scores? The Marvel Universe in particular has really awful music. Like, why don’t you go ahead and hum me the Thor theme, will ya? Okay, how ’bout the Hulk theme? Captain America? Hawkeye? I know every single character doesn’t need to have their own theme necessarily, but anything ’ll be better than the cookie-cutter forgettable garbage they use currently. (10:50)

 

Het interessante aan de Avengers-film is dat de muziek door Alan Silvestri wel degelijk een hoofdthema bevat (het “Avengers”-thema) die ook terugkomt in het vervolg, Age of Ultron (2015), ondanks dat Danny Elfman en Brian Tyler het van Silvestri overnamen (maar ook Silvestri is geen Media Ventures-lid . . . toeval?). De thema’s van elk personage van hun eigen films zijn echter niet in de films terugverwerkt en dat is heel jammer. Alleen het thema van Captain America: The First Avenger (2011)—ook door Silvestri—komt een beetje terug in de eerste Avengers. Batman v Superman bevat een nieuw Batman-thema, maar het Superman-thema uit Man of Steel is niet genegeerd.

 

De toekomst

Ik heb muziek-cd van Batman v Superman gekocht, want na het zien van deze overigens zwaar teleurstellende film—Batman & Robin (1997) is ermee vergeleken een goede film!—ben ik best wel te spreken over de muziek. Het is bijvoorbeeld verfrissend een klassieke stijl te horen bij de vijand van het verhaal, Lex Luthor—zeker voor Zimmer. “The Red Capes Are Coming” en “Problems Up Here” bevatten het Lex Luthor-thema (zie figuur 1, overigens een leuke harmonische analyseoefening).

 

Figuur 1: “Lex Luthor Theme” door Hans Zimmer en Junkie XL, getranscribeerd door Manuel Gutierrez Rojas

 

Danny Elfman deed iets soortgelijks met zijn Joker-thema voor Batman ’89, dus misschien had het Zimmer geïnspireerd. Hoe dan ook: goede zet! Sowieso vond ik het Superman-thema uit Man of Steel een goed nieuw thema voor Superman, en die komt ook voor in deze score. Grotendeels blijft de muziek echter nog steeds achtergrondmuziek in de zin dat alhoewel melodie duidelijk aanwezig is, het overkomt als een instrumentale track van een band waar eigenlijk ook een zanglijn bij hoort welke dus helaas ontbreekt. De melodieën hebben vooral een sfeervolle functie en die versterken alleen maar de Zimmer-sound waarover ik steeds spreek. Het is dan ook te hopen dat het gemainstream van filmmuziek, vooral bij actiefilms, zal veranderen nu Zimmer in ieder geval geen superheldenfilmmuziek meer zal componeren.

 

Referenties

Artikelen

Bolton, Alex. “I Hate Superhero Movies.” YouTube. YouTube, 13 april 2016. Web. 14 april 2016.

“Composer Hans Zimmer retires from ‘superhero business.’” BBC. BBC, 30 maart 2016. Web. 24 april 2016.

Clemmensen, Christian. “Editorial Reviews: Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl.” Filmtracks 7 juli 2016. Web. 24 april 2016.

 

Gutierrez Rojas, Manuel. “De filmmuziek van de afgelopen tien jaar: Hans Zimmer en clichés—Deel 2.” Hucbald, maart 2014. Web. 24 april 2016.

 

Stand-alone filmscores en soundtracks

Djawadi, Ramin. Iron Man. Marvel Music, 2008. CD.

———. Game of Thrones. Varèse Sarabande, 2011. CD.

———. Game of Thrones: Season 2. Varèse Sarabande, 2012. CD.

———. Game of Thrones: Season 3. WaterTower Music, 2013. CD.

———. Game of Thrones: Season 4. WaterTower Music, 2014. CD.

———. Game of Thrones: Season 5. WaterTower Music, 2015. CD.

Elfman, Danny. Batman. Warner Bros., 1989. CD.

———. Spider-Man. Sony, 2002. CD.

———, en Brian Tyler. Avengers: Age of Ultron. Marvel Music, 2015. CD.

Gregson-Williams, Harry. Metal Gear Solid 2: Sons of Liberty Original Soundtrack. King, 2001. CD.

———. Metal Gear Solid 3: Snake Eater. Phantom (Japan), 2004. CD.

———. Metal Gear Solid 4: Guns of the Patriots. Sony Music, 2008. CD.

———. Metal Gear Solid V Original Soundtrack. Sony Music, 2015. CD.

Holkenborg, Tom. Divergent. Interscope, 2014. CD

———. Mad Max: Fury Road. WaterTower Music, 2015. CD.

———. Deadpool. Milan Records, 2016. CD.

Silvestri, Alan. Captain America: The First Avenger. Marvel Music, 2012. CD.

———. The Avengers. Marvel Music, 2012. CD.

Williams, John. Superman. Warner Bros. Records, 1987. CD.

Zimmer, Hans. Rain Man: Original Motion Picture Soundtrack. Capitol, 1988. CD.

———. Rain Man: Original MGM Motion Picture Score. Perseverance Records, 2010. CD.

———, The Legacy Collection: The Lion King. Recorded Fall 1993–May 1994. Walt Disney, 2014. CD.

———, en Klaus Badelt. Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl. Walt Disney, 2003. CD.

———, en James Newton Howard. Batman Begins. Reprise, 2005. CD.

———, en James Newton Howard. The Dark Knight. Reprise, 2008. CD.

———. The Dark Knight Rises. WaterTower Music, 2012. CD.

———. Man of Steel. WaterTower Music, 2013. CD.

———, en Junkie XL. Batman v Superman: Dawn of Justice. Deluxe Edition. WaterTower Music, 2016. CD.

27 March 2016
Artikel

Door: Marjolein Wellink

 

Hoewel voor velen 21 maart een normale dag leek, was dit zeker niet het geval. Trots deelde ik samen met een aantal mede-muziekwetenschappers narcissen uit op de Vismarkt, niet alleen om het begin van de lente te vieren, maar ook de 331e geboortedag van Johann Sebastian Bach.

 

Het is moeilijk om in slechts een paar honderd woorden te omschrijven waarom J.S. Bach (1685-1750) wordt beschouwd als een van de grootste componisten, dus dit ben ik eigenlijk niet van plan te gaan doen. Volgens mij hoef ik tegen de meeste muziekwetenschappers ook niet per se te verdedigen waarom J.S. Bach een uitstekende kandidaat is voor het zijn van ‘musicus van de maand’. Echter, ik ben wel zo vrij om voor de onwetende lezer een aantal regels te citeren van de zeer betrouwbare en academische bron Wikipedia: “Hij wordt door de meeste muziekwetenschappers beschouwd als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de geschiedenis van de klassieke muziek vanwege de inventiviteit waarmee hij melodie, harmonie en ritme, maar ook diverse muziekstijlen uit zijn tijd en dansvormen combineerde, wat vele componisten na hem inspireerde en wat ze ook trachtten te evenaren”. Dat dus.

 

Dat J.S. Bach zeker in Nederlands een gevierd componist is, is rond Pasen duidelijk te merken. Door het hele land is de Matthäus-Passion te horen, waarbij het publiek regelmatig ook mag meezingen. Nederland schijnt zelfs de hoogste uitvoeringsdichtheid van dit oratorium te hebben, hiervoor geldt dirigent Willem Mengelberg als een van de aanstichters. In 1899 voerde hij met zijn Concertgebouworkest voor het eerst de Matthäus uit, waarna hij dit vele malen vaker zou doen. Mengelberg deed dit wel op geheel eigen wijze: zo waren het orkest en koor gigantisch (zo’n 450 man), paste hij naar eigen smaak de instrumentatie wat aan en werd het stuk ingekort. Het publiek reageerde hier verschillend op: aan de ene kant werd het niet uitgevoerd zoals de componist het bedacht had, maar toch waren zijn uitvoeringen van ongeëvenaarde kwaliteit. Of men het er nou mee eens was of niet: sindsdien is de Matthäus-Passion een Nederlandse traditie in de paastijd.

 

Zoals in het begin genoemd vieren we deze maand niet alleen Pasen, maar ook de Happy Bachdag. Naast narcissen werd J.S. Bach natuurlijk ook met muziek geëerd en gevierd die 21e van maart. Overal klonk Bach: in de eetkamer van de UB kon men tijdens de lunch (of het studeren) luisteren naar Bach, in verschillende cafés in de stad kon men genieten van koffie en Bach (of Bach-koffie) en vanaf de dom klonk Bach. Bach, Bach, Bach, Bach… Maart is helemaal de maand van J.S. Bach.

24 March 2016
Artikel

Hiep hiep hoera, de Universiteit Utrecht bestaat 380 jaar! Om dit lustrum te vieren vindt donderdag 31 maart het UUnited muziekfestival plaats in TivoliVredenburg. Meer dan 400 studenten, medewerkers en alumni van de UU zullen het podium betreden (waaronder een hoop Hucbaldianen!). Ook zijn er optredens van gastartiesten zoals Benjamin Herman, Ruben Hein en Merlijn Twaalfhoven, welke samen met studentengezelschappen zorgen voor een fantastische avond. Allerlei verschillende muziekgenres komen aan bod!

 

Wil jij dit muziekfestijn heel graag meemaken? Heb jij wel zin om een potje ‘spot de Hucbaldianen’ te spelen? Dat kan! Hucbald geeft namelijk 2 kaarten weg. Het enige dat je hiervoor hoeft te doen is een onderschrift verzinnen voor onderstaande foto, welke bewijst dat Hucbaldianen wel van een feestje houden.

 

Mail je antwoord vóór 29 maart naar siteco@hucbald.nl met daarbij je naam en telefoonnummer en wie weet zit jij donderdagavond volop te genieten!

 

23 February 2016
Artikel

Door: Pauline Hunse

 

Vrijdag 29 januari verschenen er een stuk of 20 loslopende Hucbaldianen bij de Broodzaak op Utrecht Centraal. Zij stapten in de trein om een weekendje lekker te genieten, ontspannen en bieren te drinken in…. Düsseldorf!

 

Iedereen had net een periode van tentamens en deadlines achter de rug en was verheugd om een weekendje weg te gaan. Na enkele uren in de trein te hebben gespendeerd, kwamen wij aan in Düsseldorf. Een korte wandeling bracht ons bij het hostel dat ons onderdak zou bieden voor de komende twee nachten. Nadat wij heerlijk hadden gegeten  in een pittoresk restaurantje en de eerste Altbiertjes achter de kiezen hadden, vervolgden wij onze weg naar de binnenstad. Eenmaal daar bleek dat de Düsseldorfers wel van een (carnavals) feestje houden. De straten waren vol met publiek, jong en oud, dat zichtbaar genoot van het lokale Altbier.


Na enig geduld hadden ook wij het geluk dat we een mooie plek konden krijgen in een gezellige Brauerei. Barman Udo zorgde ervoor dat onze glazen nooit leeg waren. Een tip voor wie nog eens naar Düsseldorf gaat om Altjes te verorberen: je moet het bier alleen drinken en er vooral niet aan ruiken. Dan lijkt het net of jouw heerlijke biertje is veranderd in een riool.

 

De rest van de avond/nacht spendeerden wij voornamelijk in een sketchy shotjesbar. Hier hebben we genoten van shotjes met exotische namen als Pussy Kiss, Orgasmus en Queen. Dat was smullen geblazen. Na een zoektocht eindigden wij in een fijne kroeg met meer muziekwetenschappelijk  verantwoorde rockmuziek . De avond werd geheel in stijl afgesloten met een versnapering naar keuze in meneer Macdonald. Hier ontstond een levendige discussie over de kwaliteit van de Big Mac menu’s, visburgers en over de mogelijkheid om een McFlurry te eten na het reeds verorberd hebben van shotjes met de naam Pussy Kiss. (BAH!)  

 

De bedden van het City Hostel bleken heerlijk te liggen en ook het ontbijt bleek zeer de moeite waard. Toen iedereen weer een beetje was opgepoetst was de volgende activiteit die ons te wachten stond een stadswandeling.  Deze tour was uitstekend voorbereid en men was aangenaam verrast door al het moois wat Düsseldorf te bieden heeft. Helaas gooide Het Weer roet in het eten en waren wij na slechts een deel van de wandeling te hebben volbracht medium natgeregend. En wat doet een Hucbaldiaan als hij of zij is natgeregend is in Düsseldorf? Curryworst vreten! Nadat menig buik was rondgegeten, vervolgden wij onze weg naar de binnenstad. Hier heb ik zelf heb eerst genoten van een wat karige panini. De rest van de middag vermaakten Vera en ik ons in een marginale Bäckerei en in Galaria Kaufhaus waar ze hilarische parfumstrookjes hadden met de tekst ‘Ihr Duft’(vrij vertaald: Uw Scheet).

 

Voor het avondeten verplaatsten wij ons naar een authentiek establisement waar wij genoten van bockworsten, schnitzels of gewoon een bak pasta. Eenmaal weer in het hostel maakten wij onszelf mooi voor een concert in de Tonhalle. Bij aankomst (en na enige moeilijkheden bij het vinden van de daadwerkelijke ingang) bleek dat het vrij rustig was in deze concertzaal. Bij aanvang van het concert bleek waarom: op het programma stond (onder andere) zogenaamde ‘pling plong’ muziek. Of het mooi was, daar verschilden de meningen over. Ik vond het zelf in ieder geval interessant, horizonverbredend en geestverruimend.

 

Na onze ervaring in de Tonhalle startte onze zoektocht naar een karaokebar. Meerdere malen bleek dat het fenomeen karaokebar uitermate populair is in Düsseldorf en dat deze ook vroeg op de avond reeds vol zitten met aangeschoten toeristen. Uiteindelijk belandden wij toch weer in de shotjesbar. Het diverse publiek in de shotjesbar was deze avond opvallend: van kortpittige vrouwtjes tot stinkende punkers. Desalniettemin stond de lijst met chemische alcoholhoudende dranken weer garant voor een hoop pret, zo ook het goedkope bier wat in grote pullen kon worden besteld.

 

Het empirisch onderzoek van het Düsseldorfse uitgaansleven belandde in een crisis toen bleek dat er geen uitgaansgelegenheid bestond waar wel vieze dansmuziek werd gedraaid maar geen dames in weinig verhullende kleding op de bar stonden te dansen. Deze crisis eindigde in een schisma van de groep en ik belandde zelf wederom in de rockkroeg. De avond werd wederom afgesloten met een hamburger, ditmaal een exemplaar van de Burger King (een Big Mac Menu is toch lekkerder).  Ik heb mij laten vertellen dat een groep Hucbaldianen zich nog goed heeft kunnen vermaken bij de vunzige muziek van de Kuhstalle.

 

Een kleine consternatie ontstond toen wij bijna bij het hostel waren wedergekeerd: Olaf dacht dat hij zijn tas in de shotjesbar had laten staan. Na enige tijd stil te hebben gestaan bleek dat hij helemaal geen tas mee had genomen naar het concert. Eind goed al goed!!!!!

 

Zondagochtend was het tijd om onze tassen te pakken en het hostel te verlaten. We brachten een bezoek aan het filmmuseum met vele interactieve leukigheden. Hierna heb ik zelf, na anderhalf uur wachten, ontzettend genoten van een uitgebreide lunch met een Schitzel jäger art en een mega apfelschorle. Het K20 museum heeft ons die middag weten te boeien met moderne kunst, al waren de meningen over de tijdelijke collectie van Agnes Martin verdeelt. Hierna stapten wij in de trein, op naar ons Nederlandje. Het was een super vet leuk weekend met veel pret en gezelligheid!

18 February 2016
Artikel

Musicus van de maand: februari

Door Michael Huijbregts

 

In 1958 sprak Leonard Bernstein de woorden: “He has been said over and over to be our greatest, our first really great composer; our pride and our passion; our Washington, Lincoln, and Jefferson of music.” Deze uitspraak duidt erop dat onze protagonist een status toebedeeld kreeg (op het moment van spreken was hij namelijk al dood) van aartsvader der Amerikaanse muziek. Niet langer een Amerika welke cultureel kijkt naar de muziek van “het continent”, maar ook een eigen cultuur creëert. Deze man was Charles Ives (1874–1954).

 

De muzikale ontwikkeling van Charles Ives is, op zijn minst, wel enigszins uitzonderlijk te noemen. Een muzikale opleiding kreeg hij in eerste instantie van zijn vader, welke bandleider was in een marching band en organist. Zoals bij ieder gezin werden er ook in huize Ives met enige regelmaat keurige moraliserende en godsdienstige liederen ten gehore gebracht. Enkel had de vader nog al eens de neiging om iedereen in een bepaalde toonsoort te laten zingen en ze te begeleiden in een andere. Daarnaast was er nog een specifiek andere, ook enigszins merkwaardige, inspiratiebron uit zijn jeugd aan te wijzen: Ives stond namelijk met enige regelmaat bij een plein waarover marching bands marcheerden. Op het moment dat de ene marching band bijna van het plein af was, bleek de volgende band al op te komen lopen. Dit effect speelt hij zo'n beetje na in het tweede deel (“Decoration Day”) van zijn Holiday Symphony .

 

De functie van muziek in het leven van Charles Ives was enigszins een privé-aangelegenheid. In het dagelijks leven was Ives professioneel bezig met het verhandelen van verzekeringen. Slechts in zijn vrije tijd schreef hij muziek en dan enkel omwille van de muziek. Zijn muziek hoefde niet per se uitgevoerd te worden, of überhaupt uitvoerbaar te zijn. Zo sprak hij de befaamde woorden: “Is it the composer’s fault that man only has ten fingers?”

 

Bij het bekendste werk van deze componist wilde ik in dit artikel even stilstaan: The Unanswered Question . Waarom? Omdat het toch wel een pareltje is in dit repertoire. Het stuk is georkestreerd voor strijkers, houtblazers, en trompet. De strijkers strijken fraaie drieklankerige samenklanken. De trompet poneert in het stukje zeven maal een motiefje (dit motief werd door Ives aangeduid als “the perennial question of existence”, de grote vraag des levens dus), welke op steeds een andere manier—lees: tamelijk meer dissonante—wordt beantwoord door de houtblazers. In voor een avondje bizarre, doch originele Amerikaanse muziek? Ives is your man!

 

1 February 2016
Artikel

Hucbaldiaan van de maand: Paula Breeuwer!

 

De Hucbaldiaan van de maand februari is geworden... Paula Breeuwer! Lees verder om meer te weten te komen over deze eerstejaars multilinguale pianospelende tekenende schilderende studente muziekwetenschap.

 

Wie ben je, in welk jaar zit je, hoe oud ben je, en waar kom je vandaan?

Hoi, ik ben Paula en ik ben eerstejaarse muziekwetenschap. Ik ben net 19 geworden.

Ja waar kom ik vandaan? Daar zullen de meest mensen nog wat van in de war zijn. Hier komt wat toelichting op mijn nationaliteit: Mijn vader is Nederlands, mijn moeder Mexicaans. Ik ben in Nederland geboren, maar we zijn al snel naar Zwitserland verhuisd door het werk van mijn vader. Mijn hele school heb ik dus in het Frans  gedaan. Vandaar al dat talen-gedoe, en daarom is mijn Nederlands niet zo goed. (Alvast excuses!)

 

Waarom ben je muziekwetenschap gaan studeren? En wanneer wist je dat je dit wilde gaan doen?

Ik was zo slecht in wiskunde dat ik al snel mijn droom om dierenarts te worden heb laten vallen. Toen ging ik op zoek naar andere studies. Ik koos voor tolkvertalen. Wat ik zeker wist, was dat ik in Nederland wilde studeren en ik heb dus rond gekeken. Ik kwam toevallig muziekwetenschap tegen en nam een kijkje uit nieuwsgierigheid. Al snel werd ik erg enthousiast en ben daarna niet meer van idee veranderd!

 

Is er iets binnen de studie waar je naar uitkijkt (of hebt gekeken)? Waarom?

Theorie! Het is gek omdat ik al een paar jaar piano speel, maar van theorie wist ik niet veel! Ook al vind ik mijn leraar fantastisch, ik vind het wel erg jammer dat we erg weinig theorie hebben gedaan. We zijn er wat serieuzer mee begonnen net voordat ik wegging. Het is wel een beetje een love–hate-relatie, maar ik kijk toch uit naar Muziektheorie 2.

 

Heb je een muzikale held? Of meerdere?

Vladimir Horowitz, Oscar Peterson en Alexandre Tharaud om er een paar te noemen.

 

En een favoriet muziekstuk?

Ik aarzel tussen de eerste ballade en de Nocturne Op.48 No.1 van Chopin. Moet ik er echt alleen een noemen, dan word het toch de Nocturne.

 

En genre?

Weer zo een moeilijke vraag. Klassiek of jazz; geen idee.

 

Speel je een muziekinstrument? Zo ja, welke en waarom precies dat instrument en niet iets anders?

Ik speel piano. Bij de fanfare dichtbij ons huis gaven ze ook piano-, gitaar- en fluitles. Mijn zus en ik mochten een instrument kiezen. Het werd piano voor mij, gitaar voor mijn zus—die er snel mee is gestopt en drie jaar geleden is begonnen met piano!

 

Is er een ander instrument dat je wel zou willen kunnen spelen, en zo ja, waarom?

Cello! Ik had graag dit instrument eerder ontdekt.

 

Wat is je beste muzikale herinnering?

De piano-stage die mijn pianoleraar sinds drie jaar, elke zomer organiseert. In een châlet vlakbij Gruyères, de hele dag piano spelen, of naar de andere luisteren. Lekker gezellig met iedereen: Heerlijk! En vergeet niet de meringues à la double crème.

 

Heb je een ultieme droom?

Een vleugel hebben! Het liefst in een huisje met een geheime gang en een enorme bibliotheek, met van die laddertjes en zo. Boeken overal! (Ja, laat mij maar dromen.)

Ik droom ook van een roman schrijven. (Tot nu toe zijn ze allemaal onvoltooid.)

Ook droom ik van professionele ballroomdanseres zijn. Maar met zo een stijf lijf als die van mij zal dat nog even duren. En eerst moet ik les nemen natuurlijk; daar ben ik nog niet aan toe gekomen.

Een droom die wel waar zou kunnen komen is de Campanella van Liszt spelen.

 

Wat vind je het meest verschrikkelijke gebruik of transformatie van muziek?

Klassieke stukken in 8-bit. Hilarisch, maar vreselijk.

 

Stel: je bent een legendarische dirigent en je mag een willekeurig programma uitvoeren met elk orkest mogelijk. Hoe zou het concert eruitzien?

Dit is moeilijk! Ik denk in twee delen: het tweede pianoconcert van Rachmaninov, en Harry Potter-filmmuziek.

 

Wat doe je wanneer je niet met muziek(wetenschap) bezig bent?

Tekenen en schilderen (schilderen is wat moeilijker in mijn kamer). Ik hou veel van sport en schermde voordat ik naar Nederland kwam. Historisch schermen, dus zonder bescherming en met echte grijpers (zal Google de goeie vertaling hebben gegeven? In ieder geval “rapières” uit de Renaissance). Dat mis ik wel heel erg. En binnenkort wil ik gaan dansen.

 

Wat is het vreemdste wat je ooit gezien/gedaan hebt? Denk je dat het nog gekker kan?

Ik heb als kind geprobeerd met mijn ogen dicht te lopen. Het enige gevolg hiervan is dat ik keihard tegen een muur aanliep.

En tuurlijk, het kan altijd gekker!

 

Welk advies geef jij je (toekomstig) medestudenten?

Consistent zijn met leren en vooral niet alles tot het laatste moment laten liggen (grappig hoe ik mijn eigen advies niet volg.) En ook niet te snel laten vallen; het kan niet altijd alleen maar leuk zijn.

 

Is er nog iets dat je graag kwijt wilt?

Ik hou van thee.

 

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet... ben jij straks aan de beurt!

5 January 2016
Artikel

Kip Zonder Kop

Door Wout Bekhuis

Het waren de warmste 25 en 26 december ooit. Nog nooit waren we zó ver van een witte kerst verwijderd als in 2015. Daarom stond ik ook verbaasd te kijken toen ik gistermorgen, bij het openen van de gordijnen, de eerste sneeuw van deze ‘winter’ aanschouwde. Weliswaar waren alleen de daken, de bomen, planten en het gras bedekt met een dun wit laagje, het was wel echte sneeuw, en dat had ik niet verwacht, al op de vierde dag van het nieuwe jaar.

 

Vijf dagen geleden eindigde 2015. Aan het eind van een kalenderjaar wordt er traditiegetrouw teruggekeken op desbetreffend jaar. Een bekend voorbeeld hiervan is de oudejaarsconference. Dit jaar had mijn mede-Tukker (of moet ik mede-neger zeggen?) Herman Finkers de eer om de oudejaarsconference van de VARA te verzorgen. Naast een opeenstapeling van grappen, die betrekking hebben op de actualiteiten van het afgelopen jaar, komt er ook vaak muziek voor in deze conferences. Zo ook bij Herman Finkers. Muzikaal gezien stelt het liedje ‘Kip Zonder Kop’ van Finkers niet veel voor. Naar eigen zeggen had hij Armin van Buuren gevraagd om wat “muziekvervangend gebonk” bij zijn tekst te maken. De tekst zelf daarentegen is ijzersterk. In het derde couplet fileert Finkers het “flinterdunne denkwerk” van mensen die beweren dat in elke religie potentieel gevaar schuilt; een geluid dat zich de kop opstak naar aanleiding van de (verschillende) aanslagen in 2015:

 

“Denken als een kip zonder kop

O, wat knapt een mens daarvan op

Als er geen religie was, dan was er minder leed
Zonder al die kerken was de wereld niet zo wreed
Geloof is een psychose en een godsbesef naïef
Bewezen psychiatrisch en waanzinnig primitief
Augustinus, Gerard Reve, Desmond Tutu, ga maar door
Onvolwassen zieke geesten net als Gandhi, Thomas Moore
Zo te redeneren, o het kan zo heerlijk zijn
Met het flinterdunne denkwerk van een middelmatig brein
Zwetsen als een kip zonder kop
O, wat knapt een mens daarvan op”

 

Simultaan geeft de bescheiden Twentenaar een couplet eerder aan ook over voldoende relativeringsvermogen te beschikken en zichzelf vooral niet te serieus te nemen:

 

“Lachen als een kip zonder kop

O, wat knapt een mens daarvan op

Wil je lachen, heb je zin, doe dan je Tena Lady in

Dan gaan we mooi naar Almelo, naar de Herman Finkers-Show

Gieren als een kip zonder kop

O, wat knapt een mens daarvan op”

 

Naast de oudejaarsconference nam Finkers in 2015 ook een muziekalbum op. Het album, genaamd ‘Koo Wit De Floo In Almelo’ bevat twaalf echte popsongs, die allemaal gaan over zijn eign’ste (eigen) Almelo, hoewel het laatste nummer de titel ‘Eanske is onmeunig mooi’ (‘Enschede is heel erg mooi) draagt. Ook op dit album zijn het Finkers’ geweldige, humorvolle teksten die het album de moeite van het beluisteren waard maken. Toch valt er ook een muzikaal hoogtepuntje te bewonderen: het tiende nummer is een cover van The Beatles’ ‘Blackbird’. Tekstueel gezien is dan weer het leuke van dit nummer dat de titel ‘Getelink’ is, de Twentse benaming voor een merel. Het album ‘Koo Wit De Floo In Almelo’, dat volgens de officiële website van Herman Finkers als een trein loopt, is volledig te beluisteren op Spotify, maar ik kan me voorstellen dat het voor de ‘gemiddelde’ Nederlander niet of nauwelijks te verstaan is. Daarom raad ik aan het titelnummer ‘Koo Wit De Floo’ eens op Youtube te bekijken. Daar staat de volledige liedtekst in het Twents, met een Nederlandse vertaling van een aantal woorden of frasen tussen haakjes, zodat deze ook voor niet-Twentenaren te begrijpen is. Veel plezier! En, oh ja, een gelukkig 2016!


 

17 December 2015
Artikel

Enkele jaren geleden is het vak “Repertoirekennis” opgeheven. Hierdoor roept de Sitecommissie een ander initiatief in het leven: de prijsvraag! Deze maand staat er weer een partituurfragment online, waarbij Hucbaldianen (een combinatie van) componist/songwriter en werk/lied/nummer kunnen raden. Omdat Hucbaldianen tijdens de kerstvakantie ook iets te doen willen hebben, zetten we deze maand weer een partituurfragment online.

Welk stuk met een imposante hoornpartij is hier beneden afgebeeld? Stuur je antwoord voor zondag 3 januari naar siteco@hucbald.nl en win kaarten voor een concert van het Nederlands Kamerkoor op 21 januari!

 

29 November 2015
Artikel

Hucbaldiaan van de maand: Tom Verweij!

Door Daniëlle Spaan en Wout Bekhuis

 

De Hucbaldiaan van de maand november is geworden… Tom Verweij! Deze vijfentwintigjarige eerstejaarsstudent muziekwetenschap is reeds actief in de muziekwereld. Benieuwd op welke manier? En wil je ook graag weten van welke muziek Tom stil wordt? Lees dan snel verder!

 

Wat heb je hiervoor gestudeerd?

Ik heb hiervoor aan het conservatorium aan Enschede gestudeerd; ik speel gitaar. Maar ik heb mijn studie aan het conservatorium niet afgerond.

 

Waarom heb je gekozen muziekwetenschap te doen?

Muziek is de enige competentie die ik heb.

 

Wat inspireert jou in muziek?

Ik houd heel erg van popmuziek. Ik ben dan ook dol op goede harmonische clichés.

 

Wie zijn je favorite musici?

John Mayer, vooral zijn vroegere werken. Maar ook Marcus Miller, Rachelle Ferrell, Robert Ford en Richard Bona vind ik geweldig!

 

Wat is je muzikale droom?

Mijn droom is altijd al geweest om geld te verdienen als uitvoerend musicus, ongeacht wat ik speel. Ik vind namelijk alles leuk om te spelen. Daarnaast is het hele leventje eromheen ook geweldig, dat heb ik al wel eens mogen ervaren.

 

Treed je nu al veel op?

Ja, ik treed nu al wekelijks op. Ik zit in de ABBA-tribute-band en in nog een ander coverbandje. Met deze bands treed ik op in het hele land en soms maken we ook een uitstapje naar het buitenland.

 

Hoe combineer je dat met je studie?

Ik heb eigenlijk geen idee, haha! Tot nu toe gaat het goed.

 

Ben je ook nog op andere manieren bezig met muziek?

Ja, ik musiceer en ik doceer ook; hier beiden verdien ik geld mee.

 

Omschrijf je muzikale nachtmerrie?

Mijn grootste muzikale nachtmerrie is als mijn versterker er tijdens of vlak voor een optreden mee ophoudt, terwijl ik ver van huis ben en niks meer kan regelen, waardoor ik dus niet meer kan optreden.

 

Wat is je beste muzikale herinnering?

In 2013 was ik in Berlijn, Number 9. We waren met z’n vieren in een Renault gestapt en we hebben vijf dagen rondgereden in Berlijn en omgeving.

 

Van welk (soort) muzikaal werk word je helemaal stil?

Ik denk Bon Iver. Dat vind ik wel echt hele toffe muziek.

Wat is het vreemdste wat je ooit gezien/gedaan hebt? Denk je dat het nog gekker kan?

Ik ben ooit een keer mijn sleutel kwijtgeraakt tijdens een avond stappen en heb toen thuis voor de deur geslapen.

 

Je bent op een verjaardagsfeest waarbij je in gesprek bent met een vage kennis. Na de vraag wat je studeert komt de onvermijdelijke vraag: ‘Wat kan je hier mee worden?’ Wat is je antwoord?

Ja, van alles. Een studie op de universiteit is meer dan alleen muziek, het is ook een mindset die je creëert.

 

Wat vind je het meest verschrikkelijke gebruik of transformatie van muziek?

Je hebt ‘Skinny Love’ van Bon Iver en Birdy maakt er dan een popnummer van. Of bijvoorbeeld ‘Ain’t Nobody,’ die nu populair is; die is helemaal rechtgetrokken en er zit geen soul meer in.

 

Stel: je bent een legendarische dirigent en je mag een willekeurig programma uitvoeren met elk orkest mogelijk. Hoe zou het concert eruit zien?

Het Metropole orkest; ABBA in een jazzjasje.

 

Welk instrument zou je nog heel graag willen hebben?

Een vleugel.

 

Hoeveel gitaren heb je?

Ik heb negen gitaren, waarvan twee bassgitaren.

 

Hoe ziet een wereld zonder muziek er volgens jou uit?

Een wereld zonder muziek lijkt me dodelijk saai, één grijze massa. Noord-Korea, maar dan anders.

 

Wat is je motto en waarom hecht je daar zoveel waarde aan?

‘Leef van dag tot dag’ - Tom Verweij

 

Je gaat naar een onbewoonde plek. Welke drie cd’s of partituren neem je mee?

ABBA - Gold, Queen - The Works, Snarky Puppy - Tell Your Friends

 

Welk advies geef jij je (toekomstig) medestudenten?

Op tijd beginnen, dat is echt het allerbelangrijkste. Twee weken voor de deadline alles afhebben.

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet… ben jij straks aan de beurt!

20 November 2015
Artikel

Musicus van de maand: Koji Kondo

Door Manuel Gutierrez Rojas


To think that it was 30 years ago that we did the Super Mario Bros. theme and now it’s known worldwide, and people seem to appreciate it across the globe. You can go onto YouTube and see all kinds of people using all kinds of instruments and different orchestrations of these songs. It was not expected, but it makes me very happy.

– Koji Kondo¹


Vrijdag de dertiende van september uit het jaar 1985 stond destijds voor sommigen misschien voor iets ongelukkigs, nu staat de dag voor iets dat allesbehalve ongelukkig is: de lancering van Nintendo’s Super Mario Bros. Uiteraard is deze game vooral te danken aan gameontwerper Shigeru Miyamoto, soms beschouwd als “the Walt Disney of gaming.” De samenwerking met de componist Koji Kondo (zie figuur 1), echter, maakte dit kunstwerk van een game compleet.


Figuur 1

De hardware van de gameconsole (het Nintendo Entertainment System) waarop de game uitkwam had zo zijn beperkingen. Er kon in principe slechts driestemmig worden geschreven met percussie. Gamecomponisten haalden allemaal trucs uit—zo ook Kondo—om zo efficiënt mogelijk de soundhardware te gebruiken. Er werd bijvoorbeeld veel gebruikt gemaakt van gebroken akkoorden zodat één stem al voldoende kon zijn om tonaliteit neer te zetten. Kondo’s muziek in Super Mario Bros. bestaat voornamelijk uit een baslijn (die gebroken akkoorden neerzet), een melodielijn, en een harmonielijn (zie figuur 2).


Figuur 2

Daarbij moesten geluidseffecten worden nagebootst met muziek; immers een audiosample vergde heel veel ruimte en werd daardoor voornamelijk gebruikt als “wow-factor” bij het introductie- of startscherm—en dan was de ruimte alweer op.² Als Mario een power-up tot zich neemt—zoals een Super Mushroom of een Fire Flower—dan klinkt er een motief dat dient als geluidseffect, zoals in stomme films dat met photoplaymuziek werd gedaan (zie figuur 3). Dit motief (zie figuur 4) is opgebouwd uit drie gebroken akkoorden: I–♭VI–♭VII, maar de noten vliegen zo snel voorbij dat ze inderdaad als geluidseffect overkomen.


Figuur 3

Figuur 4

De muziek van Super Mario Bros. is niet meer weg te denken uit de popcultuur. Daarnaast maakte Kondo de ene na de andere prachtige score voor Nintendo: met name vele andere games met Mario in de hoofdrol en de Legend of Zelda-reeks, maar bijvoorbeeld ook Yoshi’s Island (1995) en Star Fox 64 (1997). The Legend of Zelda: Ocarina of Time (1998) was de laatste game waarvoor hij in zijn eentje voor de muziek zorgde; sindsdien vervult hij de taak als muzikale supervisor. Hij schreef bijvoorbeeld weer muziek (maar wel in samenwerking met andere componisten) voor Super Mario Galaxy (2007) en Super Mario Galaxy 2 (2010).


Figuur 5


1. Justin Haywald, “Creating Nintendo’s Most Memorable Melodies: Q&A With Koji Kondo: Majora’s Mask Memories and More,” in GameSpot, 14 december 2014, geraadpleegd op 20 november 2015.
2. Diogo Andrei Benvenutti, “Nintendo 8 Bits Voice Samples (2A03),” in YouTube, 22 juli 2010, geraadpleegd op 20 november 2015.
18 August 2015
Artikel

Door: Jasmijn van Staaden

Vrijdagochtend 15 mei stond de wekker voor veel Hucbaldianen wel erg vroeg… maar voor een mooi doel: de trein naar Keulen vanuit Utrecht stond om 7.45 op ons te wachten! Met ietwat slaperige koppies, maar boordevol zin, stapten we de trein in op weg naar het avontuur dat ons te wachten stond. Door alle goede voorbereidingen van de reisleiders Anouk en Nico verliep alles op rolletjes en waren we binnen no-time in het knusse hostel.

 

Na de treinreis moesten onze magen weer worden gevuld en gingen we op zoek naar een lunchplek, wat geen moeilijke klus was in zo’n leuke wijk. Hierna konden we met frisse moed beginnen aan de stadswandeling door Keulen, waarbij Anouk en Nico ons interessante informatie gaven bij de bezienswaardigheden. Wat hadden we een geluk met het weer! Het zonnetje liet zich goed zien en daarom konden we heerlijk met een ijsje in het gras langs de Rijn zitten. Toen we vanwege de schaduw steeds dichter naar de waterkant werden gedwongen, zijn we naar de indrukwekkende Dom gelopen. Prachtig! Maar… zo hoog! Nog hoger dan de onze in Utrecht. Een grote klim was het dus ook om op het topje de skyline van Keulen te kunnen zien, maar het was het zeker waard! Na de kathedraal van binnen te hebben bekeken zijn we lekker gaan eten bij Stanton – een leuk jazzrestaurant - zonder jazz, maar mét heerlijke gerechten. Een stevige bodem moest gelegd worden voor de kroegentocht van die avond, die ons een goed beeld van de stad in de nacht heeft gegeven en vooral zorgde voor veel gezelligheid.

    Bij het ontbijt van zaterdagmorgen moesten we niet al te gevuld raken – want het (door mij in ieder geval) heel erg naar uitgekeken Chocolademuseum stond op het programma. Dit voldeed aan alle verwachtingen: een chocoladefontein waar je een in chocola gedipt koekje kon krijgen (waar ik zo vaak mogelijk ben langsgelopen), interessante informatie over de geschiedenis van chocolade, en het hoogtepunt: we mochten een eigen chocoladereep ‘ontwerpen’, die kon worden voorzien van veel te veel lekkers: marshmallows, koffiebonen, bosbessen, noten, vanille, noem het maar op! Alsof we nog niet genoeg hadden gesnoept van de chocola, gingen we daarna ook nog even wat lunchen in de stad. Het weer was die dag veel minder goed dan vrijdag, maar het was perfect om het MAKK museum te bezoeken. Dit museum had ontzettend veel te bieden en bood een leuk contrast met het chocolademuseum. Na te hebben genoten van de prachtige kunst, ons te hebben verbaasd over de rare meubels en lekker rond te hebben geslenterd, gingen we weer naar buiten om onze vrije middag goed te spenderen in de stad. Na het avondeten konden we met wat biertjes napraten over de dag in verschillende kroegen, maar ook de voetjes van de vloer halen om lekker te gaan dansen – een zeer geslaagde laatste avond!

    De echte cultuursnuivers stonden de volgende ochtend vroeg klaar om voor vertrek nog even het indrukwekkende Ludwig Museum voor moderne kunst te bezoeken. Heel veel mooie, maar ook gekke dingen hebben we daar zien hangen - zeker de moeite waard!  Hierna moesten we snel terug naar het hostel om de spullen weer in te pakken en de trein te nemen naar huis. Veel dank gaat uit naar Anouk en Nico, die alles heel zorgvuldig hebben geregeld en georganiseerd. Ook bedankt leuke groep voor alle gezelligheid. Het was een onvergetelijk weekend!

22 June 2015
Artikel

Enkele jaren geleden is het vak “Repertoirekennis” opgeheven. Hierdoor roept de Sitecommissie een ander initiatief in het leven: de prijsvraag! Deze maand staat er weer een partituurfragment online, waarbij Hucbaldianen (een combinatie van) componist/songwriter en werk/lied/nummer kunnen raden.

 

Dit partituurfragment komt uit 1913! Weet je het antwoord? Mail dan de naam van het stuk en de naam van de componist naar siteco@hucbald.nl! Insturen kan tot 15 juli! De winnaar krijgt een mooie prijs, succes!   

 

 

 

22 May 2015
Artikel

Hucbaldiaan van de maand: Rinske Lerk!

Door Keanu Cuppers en Kirsten Pennings

 

De Hucbaldiaan van de maand mei is geworden… Rinske Lerk! Deze eerstejaars studente muziekwetenschap heeft afgelopen april veel voor ons betekend met haar plaats als secretaris in de reiscommissie. Wij hebben haar dan ook tijdens de studiereis geïnterviewd!

 

Wij: Wie is/zijn je favoriete musici?

Zij: Mijn favoriete band is Queen, omdat ik ze al lang ken. Mijn ouders zijn ook fan van Queen. We luisterden daarom ook altijd Queen, bijvoorbeeld  in de auto als we op vakantie gingen. Ik heb Queen trouwens ook live gezien. Het was mijn eerste concert.

 

Wij: Wat zijn je hobby’s?

Zij: Ik hou erg van lezen. Muziek is uiteraard ook een hobby. Verder houd ik van films en series kijken, van allerlei genres.

 

Wij: Wat is het beste reisje dat je ooit gemaakt hebt?

Zij: Wenen is super leuk natuurlijk! Mijn leukste reisje was echter in Canada, waar ik op uitwisseling was. Dat was echt heel gaaf.  Ik heb tweetalig onderwijs gevolgd op de middelbare school, vandaar dat ik naar Canada, Toronto, op uitwisseling kon. Vanaf de eerste klas had ik al voor de uitwisseling gespaard. Een andere heel leuke reis was naar Belfast, samen met mijn beste vriendin.

 

Wij: Waar ben je trots op?

Zij: Dat is een heel goede vraag! Ik ben er wel trots op dat ik mijn C-examen saxofoon gehaald heb. Ik houd er namelijk niet zo van om in mijn eentje voor publiek te spelen, wat ik hiervoor wel heb moeten doen. Daarnaast had ik ook nog alle stukken uit mijn hoofd geleerd.

 

Wij: Wat wil je zeker nog doen in je leven?

Zij: Ik wil nog veel reizen. Ik zou zeker nog een keer naar Australië willen gaan. Daarnaast zijn er heel veel meer dingen die ik zou willen zien en doen, maar dat is te veel om op te noemen.

 

Wij: Wat is je favoriete quote?

Zij: “Music was my first love and it will be my last” van het nummer Music was my first Love van John Miles. Deze quote heb ik ook in het jaarboek van het VWO geschreven.

 

Wij: Wat is je favoriete project binnen Hucbald?

Zij: De studiereis is natuurlijk het leukste project, als je dat een project kunt noemen. Ook vind ik het koorproject een erg leuk project. Zelf doe ik niet mee, maar ik kom zeker kijken naar de uitvoering en ik ga flyeren voor het concert.

 

Wij: Waarom ben je muziekwetenschap gaan studeren?

Zij: Ik had ervan gehoord en het leek me heel interessant, omdat ik muziek heel leuk vind en ik er veel meer over wilde weten.

 

Wij: Waar hoop je te staan over een jaar of 10?

Zij:  Wauw, dan ben ik al 28 jaar! Ik denk dat ik dan mijn studie heb afgerond en met een leuke baan bezig ben, maar eigenlijk heb ik daar nog niet veel over nagedacht.

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet... ben jij straks aan de beurt!

12 May 2015
Artikel

Musicus van de maand: Hector Berlioz!

Door Michael Huijbregts 

 

Centraal als musicus van de maand staat de Franse componist Hector Berlioz! Dit om alvast een beetje vooruit te lopen op het Hucbaldiaanse bezoek aan de opera Benvenuto Cellini van deze componist, waar Hucbaldleden zich in grote getale voor opgegeven hebben.

 

Waarom ik zelf altijd een beetje gefascineerd raak door deze componist is door de enorme verbeeldingskracht. Zelfs de overbekende Symphonie Fantastique kan door zijn programma deze verbeelding teweeg brengen. De muziek is weliswaar niet altijd even subtiel, verfijnd en contrapuntisch interessant, maar wel gewoon rijk geïnstrumenteerd, weinig voorspelbaar en bovendien gewoonweg vet. Een ander voorbeeld van zo’n vet werk is zijn requiem: waar wel minstens 400 uitvoerenden voor nodig zijn om het uit te voeren, waaronder 10 paukenisten op 16 pauken, 24 trompetten en 300 koorleden. Berlioz was wel gecharmeerd van een beetje grandeur. Op het gebied van instrumentatie geldt ook zijn Grand traité d’instrumentation et d’orchestration modernes als een standaardwerk tot diep in de twintigste eeuw, al is deze later nog wel door Richard Strauss herzien aangezien de technische mogelijkheden in deze tijd in sommige opzichten wel werden uitgebreid.

 

De mensen van het muziekleven uit de tijd van Berlioz dachten hier wel iets anders over. Ook zij spraken vaak in een verbeeldende taal over de merkwaardige muziek van deze kunstenaar. Een citaat van de Amerikaanse criticus George Templeton Strong is te mooi om te ontzeggen. Hij schreef, naar aanleiding van de Grand Ouverture de Roi Lehar, het volgende: “the caperings and gibberings of a big baboon, overexcited by a dose of alcoholic stimulus”. Dat is geen milde kritiek, maar leent zich wel voor een bijzondere interpretatie op dit werk, al heeft deze uitspraak ook weer een verwijzing in zich naar de Symphonie Fantastique: waarbij een jonge kunstenaar zichzelf ook enkele geestverrijkende middelen toedient. Waar de “big baboon” vandaan is getoverd is me wel een raadsel.

Dergelijke kritiek was absoluut geen unicum: Berlioz werd regelmatig het mikpunt van diverse kritische penstreken. Gelukkig was Berlioz zelf ook niet op zijn mondje gevallen, aangezien hij zelf naast componist ook een van de meest vooraanstaande critici van muziek was.

 

 

27 April 2015
Artikel

Hucbaldiaan van de maand: Pascal Jacobs!

Door: Keanu Cuppers en Kirsten Pennings

 

In de maand april is de Hucbaldiaan van de maand de leukste Limburger van Hucbald (onder de eerstejaars natuurlijk). Jawel, het is Pascal Jacobs! Deze Sittardse gitarist (en stiekem ook fluitist, zoals we hem hebben leren kennen in Wenen) is eens goed uitgevraagd door onze redactie.

 

Wij: Wie is/zijn je favoriete musici?

Hij: Mijn favoriete musici zijn Slash, Zakk Wylde en Ozzy Osbourne. Het zijn ontzettend goede gitaristen, en Ozzy Osbourne is gewoon een god!

 

Wij: Wat zijn je hobby’s?

Hij: Mijn grootste hobby is gitaar spelen, dat doe ik al vier jaar. Verder zijn mijn hobby’s nog lezen en sporten. Heb ik verder nog hobby’s? Nee, volgens mij was dit het.

 

Wij: Wat is het beste reisje dat je ooit gemaakt hebt?

Hij: Disneyland in Amerika. Dat was echt het vetste.

 

Wij: Waar ben je trots op?

Hij: Op mezelf, en op mijn gitaren. Ook ben ik trots op mijn zusje: ze doet judo op hoog niveau en heeft laatst een tijd eruit gelegen met blessures. Ze is nu weer heel goed bezig. Ook ben ik wel trots op mijn mooie haar.

 

Wij: Wat wil je zeker nog doen in je leven?

Hij: Sowieso met muziek doorbreken, als gitarist in een band. Ik wil graag naar Amerika verhuizen. En mocht het muzikantenleven niets worden, dan word ik denk ik militair. Ik wil gewoon goed geld verdienen.

 

Wij: Wat is je favoriete quote?

Hij: “The dude abides” van The Big Lebowski – de beste film ooit.

 

Wij: Wat is je favoriete project binnen Hucbald?

Hij: Ik doe met geen enkel project meer mee, al vond ik het wel heel leuk om aan het bandproject mee te doen. Het koorproject is niet zo mijn ding. Qua commissies is de feestcommissie natuurlijk de beste. Ik vind het erg leuk om feestjes te organiseren.

 

Wij: Waarom ben je muziekwetenschap gaan studeren?

Hij: Ik werd niet toegelaten op de Rockacademie. Daarna ben ik verder gaan kijken en heb ik muziekwetenschap gekozen. Zo krijg ik meer theoretische kennis over muziek. Nu wil ik eerst mijn bachelor muziekwetenschap afmaken en daarna misschien de Rockacademie nog eens proberen.

 

Wij: Waar hoop je te staan over een jaar of 10?

Hij: Niet hier, in ieder geval. Ik hoop dat ik op grote podia over de hele wereld sta, op festivals en zo.

 

Wij: Heb je nog advies voor je (toekomstige) medestudenten?

Hij: Gewoon rustig blijven, niet stressen. Neem niet alles té serieus, qua studie: je studie is niet het belangrijkste in je leven.

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet... ben jij straks aan de beurt!

22 March 2015
Artikel

Musicus van de Maand:  Alain Johannes

Door Kirsten Pennings 

 

Er loopt een kale man met een grote hoed, poncho en sigarendoos-gitaar door de woestijn. Op de achtergrond klinkt een emotionele soort van huilende gitaar muziek. Hij doet enkele verlaten en verwoeste huizen aan. De vraag is: welke woestijn zou het zijn? De huizen en “huilende” muziek zouden wijzen op het Midden-Oosten, maar het verhaal van de man, verteld in het Amerikaans-Engels, wijst op een woestijn in het zuiden van de VS. De man vertelt over zijn muzikale achtergrond en dat van zijn multiculturele familie. De man vertelt over zijn jeugdvrienden Flea, Jack Irons en Hillel Slovak. Hij vertelt verder over de liefde van zijn leven en in welke muzikale projecten zij samen hebben gezeten. Totdat de – door de muziek langverwachte – trieste ommekeer komt in het verhaal van de zwervende man door de woestijn. Hij vertelt over het verlies van zijn vrouw en hoe zijn desert rock-vrienden hem op de been hebben gehouden. Is deze zwerftocht door de woestijn het huidige leven van de man of staat het voor het grote verlies van de liefde van zijn leven?

 

 

 

De zwervende man met de sigarendoos-gitaar is de muzikale cucaracha Alain Johannes (Moschulski). Hij heeft een niet zo bekende naam, maar is desalniettemin een veel gevraagd producent en muzikant voor bands en artiesten als Queens of the Stone Age, Chris Cornell, Them Crooked Vultures en Spinnerette. Zijn eigen projecten zijn minder bekend, maar even muzikaal en even speciaal als zijn bijdrages bij projecten van anderen. Zo heeft hij jaren samen met zijn vrouw Natasha Shneider als de band Eleven muziek gemaakt, ze hebben beide deel uitgemaakt van de Desert Sessions en het meest bekende werk van hen als duo is het liedje Time for Miracles dat Adam Lambert zingt.

 

Deze opsomming van waar Johannes samen met Shneider in heeft gespeeld en wat ze hebben gedaan vertelt nog niets over wat voor een muziek Johannes maakt en waarom hij de eer krijgt om Musicus van de Maand maart te zijn. De gitaarstijl van Johannes is altijd al kenmerkend geweest door de Zuid-Amerikaanse ritmes en melodieën die hij in rock nummers gebruikt. Daarnaast zijn de melodieën van zang en gitaar die kenmerkend voor hem zijn beïnvloed door Oost-Europese invloeden en soms zelfs Arabische huilerige melodieën. Het beste zijn deze invloeden te onderscheiden in liedjes waar Johannes duidelijk op de voorgrond mee doet. Voorbeelden hiervan zijn liedjes van Eleven en de Desert Sessions.

 

Maar de stijl van Johannes is sinister/jammer genoeg pas tot het hoogtepunt gekomen na de dood van Natasha Shneider. In het soloalbum Sparks dat Johannes in 2010 heeft gemaakt komt zijn gitaarstijl – die hij op dat album alleen laat horen op zijn zelfgemaakte sigarendoos-gitaar – tot recht door de emotionele teksten die hij geschreven heeft over het missen van de liefde van zijn leven. Het mooiste voorbeeld hiervan is Return to You van het album. Het lied heeft iets vrolijks, maar zodra je weet dat het over een verloren liefde gaat, hoor je het verdriet dat in het lied zit.

 

 

 

 

 

 

 

“You took me away

Made me forget this is real

Forget this is real

You took me away

Into that place I have lost

But I will return I will return to you”

 

 

 

 

 

 

 

 

De muziek die zit in de documentaire Plans Make Gods Laugh die ik in de inleiding beschreef, bevat veelbelovende muziek. Waarschijnlijk is de muziek die te horen is in de documentaire nieuw werk van Johannes. Te horen is back-to-basic gitaar met lange klagende melodieën zonder tekst die doen denken aan het Midden-Oosten en elektrische gitaren die puur Zuid-Amerikaanse ritmes bijdragen. Kortom als het album uitkomt, is er geen ontkomen aan om niet aan de zwervende gebroken man in de woestijn te denken.

 

 

18 March 2015
Artikel

Hucbaldiaan van de maand: Djoeke Oeij!

Door Keanu Cuppers en Kirsten Pennings

 

De Hucbaldiaan van maart is Djoeke Oeij! Djoeke is 20 jaar en woont in Utrecht. Ze is een derdejaars studente Muziekwetenschap en wil in blok 4 haar scriptie gaan schrijven. Jullie kennen haar vast al (of jullie gaan haar leren kennen): ze zit namelijk in de Koor- en Reiscommissie.

 

 

Wij: Wie is/zijn je favoriete musici?

Zij: Nirvana is mijn favoriete band. Ik weet niet meer precies waarom ik er fan van ben geworden. Ik luister er veel naar. Wel vind ik het erg jammer dat ik ze niet meer live kan zien.

 

Wij: Wat zijn je hobby’s?

Zij: Ik heb een gitaar, maar het laatste jaar staat hij een beetje te verstoffen op mijn kamer. Daarvoor speelde ik er wel veel op. Voor de rest is mijn hobby films kijken. Heel veel. Mijn vriend heeft erg veel films, en daarom kijken we samen heel veel.

 

Wij: Wat is het beste reisje dat je ooit gemaakt hebt?

Zij: Ik denk toen ik met mijn ouders en mijn broertje naar Amerika ben gegaan. Dit was in 2006 of zo. Het was echt heel vet: we hebben een rondreis gemaakt, langs de Grand Canyon en vervolgens naar Florida, waar we naar Disneyworld gingen. Het was het beste reisje ooit.

 

Wij: Waar ben je trots op?

Zij: Dit is een heel moeilijke vraag. Wat hebben andere mensen hierop geantwoord?

 

Wij: De vorige Hucbaldiaan van de Maand was erg trots omdat hij zijn studie had gehaald.

Zij: Ik heb  mijn studie nog niet gehaald dus dat kan ik niet zeggen. Ik weet iets: het koorproject van vorig jaar. Ik ben erg trots op wat we toen hebben gemaakt. En dat gaan we dit jaar weer doen.

 

Wij: Wat wil je zeker nog doen in je leven?

Zij: Jullie stellen wel moeilijke vragen waar ik nog nooit over na heb gedacht! Ik wil sowieso nog een keer mijn beste reisje ooit doen. Ook zou ik heel graag de kans krijgen in Hollywood te mogen werken.

 

Wij: Wat is je favoriete quote?

Zij: Ik heb er wel een: “I’d rather be hated for who I am, than liked for who I’m not.” Dit is een uitspraak van Kurt Cobain. Ik vind het wel kloppen: iedereen moet zijn eigen ding doen.

 

Wij: Wat is je favoriete project binnen Hucbald?

Zij: Het Koorproject! Iedereen denkt dat het niet zo veel werk is in eerste instantie, maar er komt veel meer bij kijken. Dat maakt het wel leuk, maar soms ook weer niet.

 

Wij: Waarom ben je muziekwetenschap gaan studeren?

Zij: Dat is heel simpel, omdat ik niets anders leuker vond.

 

Wij: Waar hoop je te staan over een jaar of 10?

Zij: Dan ben ik 30, en ik hoop dat ik dan een carrière heb. Ik wil na mijn bachelor de master Muziekwetenschap gaan doen, deze lijkt mij het leukste.

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet... ben jij straks aan de beurt!

4 March 2015
Artikel

Enkele jaren geleden is het vak “Repertoirekennis” opgehouden te bestaan. Hierdoor roept de SiteCo een ander initiatief in het leven: een prijsvraag! Iedere maand staat er een partituurfragment online, waarbij Hucbaldianen (een combinatie van) componist/songwriter en werk/lied/nummer kunnen raden. Weet je het antwoord? Geef dit dan aan in het onderstaande formulier.

 

 

 

De winnaar ontvangt een cd van de winnares van het Franz Liszt Pianoconcours: Mariam Batsashvili! Inzenden is mogelijk tot 4 april.

 

 

 

 

8 February 2015
Artikel

 

Sfeer boven thematiek; knip-en-plakwerk boven originaliteit

 

“Waar is alle inspiratie gebleven?”

[Archief: Maart 2014] Door Manuel Gutierrez Rojas

 

 

 

 

Muzieknotatie om voorbeeld aan te duiden tussen twee thema’s

 

 

Voorbeeld [door de auteur] van de overeenkomsten tussen een thema van Gladiator, “The Battle”, en hét thema van Pirates of the Caribbean, “He’s a Pirate”. Zie de volledige vergelijking bij het stukje hieronder: Voorbeelden van dit knip-en-plakwerk.

 

Kun je het thema van Star Wars in je hoofd afspelen of neuriën, zingen, etc? Geen probleem, hè? Of Danny Elfmans Batman (1989)-thema, of het thema van The Godfather-filmreeks. Ook vele jaren negentig films die niet echt klassiekers zijn geworden hebben toch thema’s die zo’n identiteit hebben dat je na enkele keren (misschien zelfs maar één keer) luisteren ze makkelijk zijn te onthouden en ook vaak mooi herkenbaar zijn.

 

Filmmuziek vanaf 2000 is vaak meer sfeervol. Dan zijn er natuurlijk uitzonderingen, zoals het Pirates of the Caribbean-thema, door Hans Zimmer en zijn Media Venturesgroep (de reden dat het een afgeleide is van een muziekfragment uit Gladiator, ook door Hans Zimmer en Media Ventures).

 

Ik heb nu al een paar keer Hans Zimmer en zijn Media Ventures genoemd. Bij aftiteling van veel films waarin staat: ‘Music by Hans Zimmer’, is de muziek niet alleen door hem gecomponeerd. Hij heeft een hele groep componisten waaronder zijn leerlingen die meecomponeren en hij is dan eerder een soort leider. Het heeft iets weg van een conceptual artist, zoals Damien Hirst – vooral bekend geworden door zijn diamanten schedel: For the Love of God (2007) – of juist iets ambachtelijk zoals Rembrandt die zijn handtekening zette op de door zijn leerlingen gemaakte werken. Velen van die groep zijn zelfstandige componisten geworden zoals Harry-Gregson Williams (Metal Gear Solid-videogamereeks, Shrek-filmreeks), Klaus Badelt (Pirates of the Caribbean-filmreeks), en Ramin Djawadi (Iron Man (2008), Game of Thrones-serie). Dit is de reden dat de Hans Zimmersound zo grootschalig aanwezig is in filmmuziek door andere componisten.

 

Voorbeelden van dit knip-en-plakwerk:

 

 

Subwoofersyndroom

 

‘Epic’ is een kreet die de afgelopen vijftien jaar heel populair is geworden. En de oorspronkelijke betekenis van ‘heldhaftig’ of ‘verhalend’ is veranderd naar ‘groots’, ‘bombastisch’, ‘indrukwekkend’. En dat is wat het toevoegen van veel laagte in muziek doet. De intro van Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey (1968) zou veel minder indrukwekkend zijn geweest als het gebruikte Also sprach Zarathustra (Op. 30, door Richard Strauss in 1896) niet zulke lage baspartijen had. Het gebruik was echter genuanceerd. Nu lijkt het zo dat standaard de basfrequenties van de equalizers van televisies en bioscopen te hoog zijn ingesteld. Constant hoor je bas. Ook wordt het gebruikt als schrikeffect of om een dialoog te dramatiseren – zelfs een soapserie als Goede tijden, slechte tijden gebruikt dit effect. Nu is het wel zo dat dit aanwezige basniveau ook te danken is aan de modernere geluidsinstallaties en dier technieken: DTS, THX, Dolby Digital, etc. En daarbij valt ook te zeggen dat in bioscopen de geluidsinstellingen regelmatig toch echt niet goed zijn. Dat de geluidsinstallaties in vooral IMAX-theaters meer vermogen hebben wil echt niet zeggen dat het volume hoger moet worden gezet. Vaak is dit ook boven de veilige dB grens van 85 dB. Daar een film niet langer dan 3 uur zou duren, mag het geluid misschien wel tot zo’n 95 dB worden opgehoogd, fijn is het niet.

 

Voorbeelden van superveel bas en het bascliché:

  • Closing Credits”, door James Horner, uit A Beautiful Mind (2001): Luister vooral vanaf 1:52;
  • Spoiler Alert! “GoldenEye - Archives/Tank Chase Rescore, door JBrescore2011, gebruikte muziek door Sean Callery, Eric Serra en David Arnold. Bekijk de eerste twee minuten en let op de cue van 1:01. De film klinkt tien jaar jonger door deze rescore.

 

 

Voor de overige delen, klik verder: Deel I Deel III.

8 February 2015
Artikel

 

Musicus van de Maand: Beethoven

Door Keanu Cuppers

 

Voor deze maand een niet ál te ingewikkeld artikel – in de zin van: de meeste mensen die dit lezen weten waarschijnlijk toch wel al veel over deze man. Deze uiterst bekende componist wordt vaak besproken tijdens de opleiding Muziekwetenschap, en niet alleen om zijn muziek, maar ook om zijn leven en zijn bekwaamheid, gezien zijn lichamelijke beperking. Weten jullie al over wie ik het heb? Ik heb het over Ludwig van Beethoven.

 

    Deze maand, op 12 februari om precies te zijn, kun je met Studievereniging Hucbald naar het evenement “Beethovens 7de symfonie uitgelegd” in Tivoli Vredenburg – voor iedereen die wel eens wil weten hoe het borrelde in het hoofd van een beroemde componist, en voor iedereen die wil weten hoe een dirigent een orkestpartituur in muziek omzet – en dat voor een vriendenprijsje! Dit vond ik wel een goede reden om jullie wat meer te vertellen over Beethoven.

 

    Beethoven werd hoogstwaarschijnlijk geboren op 16 december 1770. Zijn vader dwong hem van kleins af aan piano en viool te spelen. Of het kwam door zijn vaders strenge opvoeding of niet weten we niet, maar Beethoven werd al snel een zeer getalenteerd musicus, en op twaalfjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste muziekstuk.

 

    In 1796 kreeg Beethoven te kampen met een hersenvliesontsteking, waardoor hij in 1818 uiteindelijk doof werd. Zijn componeren leed hier wonderbaarlijk genoeg echter niet onder – zijn meest geroemde werken, zoals zijn 9de symfonie, zijn vanaf deze tijd geschreven.

 

    Snel na zijn volledig doof worden overleed Beethoven al: op 26 maart, 1827. Hij was toen 56 jaar oud. Hij is overleden aan problemen met zijn lever, al zijn er in de afgelopen jaren ook theorieën verschenen – en door velen onmiddellijk in twijfel getrokken – over dat zijn dood te wijten zou zijn aan loodvergiftiging.

 

    Ludwig van Beethoven wordt door velen beschouwd als de grootste componist aller tijden. Hij verbindt als het ware de klassieke en romantische tijd van de muziek in de westerse wereld. Zijn muziekstukken kunnen worden vergeleken met toneelstukken van Shakespeare: beide worden beschouwd als het toppunt van wat de mens ooit heeft kunnen bereiken.

 

 

"Plaudite, amici, comedia finita est."

"Applaudisseert, vrienden, de voorstelling is voorbij.”

 
 
28 January 2015
Artikel

 

Hucbaldiaan van de maand: Simon van Oppen!

Door Kirsten Pennings en Keanu Cuppers 

 

Hier is ’ie dan - de eerste Hucbaldiaan van de maand van 2015. Voor deze editie hebben wij Simon van Oppen geïnterviewd. Deze op De Warande (Zeist) gehuisveste Hucbaldiaan van 23 jaar oud doet nu de master Kunstbeleid en -management. Hiervoor heeft hij natuurlijk de studie Muziekwetenschap afgerond. Binnen Hucbald blijft hij actief: hij doet dit jaar mee aan het Koor- en Bandproject.

 

 

 

 

Wij: Wie is je favoriete musicus / zijn je favoriete musici?

Hij: Oh wauw… Mag het van alles zijn? Dan zeg ik toch Iron Maiden. Waarom? Ze maken toffe muziek en zijn live echt geniaal. Zij waren mijn eerste grote concert, en ik stond bijna helemaal vooraan met 25.000 man. Ik heb ze daarna nog een paar keer gezien, maar de eerste keer blijft toch de beste.

 

 

Wij: Wat zijn je hobby’s?

Hij: Muziek maken, natuurlijk. Ik speel piano en basgitaar. Ook voetbal ik nog graag, ondanks dat ik dat steeds minder doe. Ik weet ook niet echt hoe het er nu mee staat. Wel heb ik een keer met Hucbaldvoetbal meegedaan. Verder vind ik het leuk om spelletjes te spelen met huisgenoten en films te kijken, voor zover je dat hobby’s mag noemen. En natuurlijk gewoon leuke dingen doen!

 

 

Wij: Wat is het beste reisje dat je ooit gemaakt hebt?

Hij: Ik denk de reis die ik heb gemaakt toen ik 15 was. Toen maakte ik met een vriendengroep van me een reis naar 3 verschillende steden: Wenen, Boedapest en Bratislava. We waren met zijn tienen, van wie ik er 5 niet kende, en het was vet gezellig! We hadden leuke reisleiders en veel vrijheid. Het was ook heel bijzonder omdat dit de eerste keer was dat ik zonder mijn ouders op vakantie ging.

 

 

Wij: Waar ben je trots op?

Hij: Geen idee eigenlijk. Ik heb nooit iemands leven gered of zo... Ik heb mijn studie gehaald! Vooruit, dat kan wel.

 

 

Wij: Wat wil je zeker nog doen in je leven?

Hij: Ik wil graag nog naar Finland gaan. Hier komen bijvoorbeeld heel veel toffe bands vandaan, dus ik wil er wel eens rondkijken.

 

 

Wij: Wat is je favoriete quote?

Hij: Ik heb niet echt een favoriete quote.

 

 

Wij: Waarom ben je Muziekwetenschap gaan studeren?

Hij: Omdat ik muziek – en de theorie erachter – zo leuk vond. Ik wilde in eerste instantie het conservatorium doen, maar daar was ik niet goed genoeg voor. Ik had toen al honderden jaren piano gespeeld, maar altijd iets te weinig geoefend. Ik heb ook nog veel totaal andere interesses gehad: de Pabo en Geneeskunde. Ik was blij dat ik Muziekwetenschap ontdekte. Hierna moest ik  zelfs nog een jaar wachten, aangezien ik gezakt was voor mijn eindexamens. Toen ik het het jaar erna wel haalde, kon ik dus zeggen dat ik al meer dan een jaar wist dat ik Muziekwetenschap wilde gaan studeren. Mijn mentor wist dit niet van mij: die werd verrast bij mijn diploma-uitreiking.

 

 

Wij: Wat is je favoriete project binnen Hucbald?

Hij: Het is moeilijk om te kiezen, maar ik denk toch het Koorproject. Elk jaar is het resultaat weer erg mooi. Iedereen begint terwijl ze er niets van kunnen, en aan het einde staat er toch iets moois.

 

 

Wij: Waar hoop je te staan over een jaar of 10?

Hij: Ik hoop een goede baan te hebben gevonden, wat een uitdaging is met deze studie. Het liefst bij een culturele instelling: misschien iets met programmeren of iets beleidsmatigs? Iets in dat wereldje in ieder geval, waar ik van kan leven. Niet dat ik bij 40 uur per week bij de klantenservice van Bol.com zit.

 

 

Wij: Heb je nog advies voor je (toekomstige) medestudenten?

Hij: Doe goed je best! Ik heb er zelf een beetje de kantjes vanaf gelopen en wel alles gehaald. Maak je dus niet al te veel zorgen.

 

 

 

Iedere maand wordt er een Hucbaldiaan in het zonnetje gezet, de zogenaamde Hucbaldiaan van de maand! Houd volgende edities in de gaten, en wie weet... ben jij straks aan de beurt!

 

 

16 January 2015
Artikel

 

Hollywood heeft Hans Zimmer, wij hebben Bob Zimmerman

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

Dit jaar introduceerde Universiteit Utrecht het vak Filmmuziek: geschiedenis en analyse, gegeven door prof. dr. Emile Wennekes. Ik heb altijd al heel veel interesse gehad voor filmmuziek. Toen ik klassieke compositie studeerde aan het Rotterdams Conservatorium, hadden mijn composities zo’n filmmuziekflavour die behoorlijk verschilde van de basisprincipes van het componeren van klassieke muziek. Het schrijven van filmmuziek is duidelijk iets heel anders dan het schrijven van een muziekstuk alleen: er dient een balans te zijn tussen beeld en muziek in een film, een samenwerkingsverband. Dus het is niet zo gek dat ik als de bliksem me heb ingeschreven voor dit vak bij de UU!

 

Voor de cursus waren de werkcolleges gedeeltelijk gereserveerd voor het bekijken en analyseren van films die veel betekend hebben voor de ontwikkeling van filmmuziek door de muzikale technieken die werden gebruikt, zoals leidmotieven (ontleend uit Wagners Leitmotiv-Technik voor zijn opera’s), mickey mousing (denk aan directe synchronisatie van een bewegend figuur met muziek), en audio-visual counterpoints (het contrastrerend uitdrukken van emotie met beeld en geluid).

 

Van die selectie van films keken we naar twee waarvan de muziek geschreven is door Bob Zimmerman: de speelfilm Tirza (2010) en de natuurfilm De Nieuwe Wildernis (2013). Nadat we beide films hadden gezien en geanalyseerd volgde het gastcollege van Zimmerman! Het college kwam meer over als een live-interview gegeven door Wennekes. Zimmerman combineerde zijn verhaal met de ene na de andere vermakelijke maar ook informatieve anekdote. Zo begon hij de functie van de componist toe te lichten door zich vragen te stellen: Wat denkt de componist? Wat doet hij uiteindelijk na al het denken als hij een film gepresenteerd krijgt? En in welk stadium?

 


Filmcomponist Bob Zimmerman (links) ‘geïnterviewd’ door hoogleraar Emile Wennekes (rechts)

 

Zimmerman maakte vooral duidelijk—zoals ik ook in het begin toelichtte—dat een componist een heel andere manier van werken heeft dan een filmcomponist. Een componist maakt muziek, schrijft het op, geeft het aan een uitvoerder, en die voert het uit. Een filmcomponist is deelnemer aan een totaalproduct—naast de art director, sound designer, editor en dergelijken—die misschien enigszins onder de top zitten, maar nooit op de top. Die plek is alleen gereserveerd voor de regisseur en—helemaal bovenaan—de producent die ‘alles kan vinden, ook al heeft hij ongelijk.’

 

Opvallend aan Zimmermans uitleg over hoe hij componeerde, was dat een componist de film en diens scènes in verschillende facetten dient te begrijpen, zoals psychologisch (de relatie tussen personages, dieren, of dingen), filosofisch (hoe kan over een bepaalde gebeurtenis worden gedacht en hoe kan de muziek dat vertellen?), en atmosferisch (de locaties van de scènes). Filmmuziek is niet zozeer een aanvulling voor het beeld van de film als wel een ondersteuning van ervan.

 

Daarin vond hij dat er in Nederland een groot verschil zit in hoe ver een componist met die ondersteuning mag gaan ten opzichte van Hollywood. Het is snel al te veel; terughoudendheid wordt beter gewaardeerd. Ook wordt aan filmcomponisten gevraagd niet met hun muziek te vertellen wat moet worden gevoeld; dat is echter juist het wezen van filmmuziek.

 

Zimmermans verhaal heeft mij—en vast ook de rest van de cursisten—in dat ene gastcollege behoorlijk verrijkt aan filmmuziekkennis. Ik raad ook iedere filmmuziekliefhebber aan De Making of ‘De Nieuwe Wildernis’ te bekijken, want daar geeft Zimmerman ook veel uitleg over zijn componeren.

 

18 December 2014
Artikel

 

"Sint en Hucbaldianen: Feest, gelach en vreugdetranen"
Door Davin Mosterd
 

Voor mij was het de eerste borrel van het jaar en voor mij was het weer een waar genoegen om aanwezig te zijn. Op donderdag 4 december hebben wij gezellig met z’n allen het befaamde Sinterklaasspel gespeeld in Café ‘t Pandje. Iedereen nam voor een paar euro enkele kleine cadeaus mee om daar vervolgens een mede-Hucbaldiaan blij mee te maken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik op de valreep nog de stad in ben geweest om wat leuks te halen, maar toen ik eenmaal de juiste presentjes wist te bemachtigen, kwam ik erachter dat ik er helemaal niet aan gedacht had dat ik het ook allemaal in moest pakken. Terwijl ik op zoek was naar een oplossing voor dit probleem, viel mijn oog op twee inpakpieten midden in het winkelcentrum. Wat een gelukkig toeval! In ruil voor het zingen van een mooi lied, pakten zij al mijn cadeaus in (voor de nieuwsgierigen onder ons: dit was het – door mij geliefde – Sinterklaaslied “paardenvoetjes”). Met een goed gevoel zette ik mijn reis voort.

 

In ’t Pandje aangekomen wachtte ons een aangename verrassing. Onze geweldige Feestcommissie had ervoor gezorgd dat Sinterklaas ons niet stilletjes voorbijging. Integendeel, hij bleef gedurende het hele spel om alle lieve Hucbaldianen op schoot te ontvangen en een liedje te laten zingen. Ook ik moest bij de goedheiligman komen en zong wederom  “Paardenvoetjes” (blijft mooi natuurlijk). Het spel zelf verliep als vanouds: iedereen vond het weer spannend wat er toch in die pakjes zat en oh, oh, oh, kreeg je uiteindelijk dat pakje dat je zo graag wilde hebben? Het belangrijkste blijft voor mij toch wel dat het altijd ontzettend gezellig is.

 

Aan alles komt een eind en na het spel bleven we uiteraard nog wat drankjes nuttigen. Gelukkig maar, want ook de Reiscommissie had nog een leuke mededeling, namelijk de bestemming van onze studiereis! Dit jaar gaan we met zijn allen naar het prachtige Wenen, wat een verrassing! Ik hoop – en weet eigenlijk ook wel zeker – dat het een fantastische reis zal worden en raad het iedereen ook zeer aan om met ons mee te gaan.

 

Het paardje is nog lang niet moe, maar het moet naar bedje toe. Welterusten paardje… *imiteert het geluid van een paard*

 

 

16 December 2014
Artikel
17 December 2014
Artikel

 

Who the fuck is Jett Rebel?

Door Keanu Cuppers

 

Twee weken geleden, op zaterdag 29 november 2014, was de 3Doc “Who the fuck is Jett Rebel” op tv; voor mij toch best een indrukwekkend uur van mijn avond. Ik was erg geïnteresseerd in deze documentaire, aangezien ik een week van tevoren naar een concert van Jett Rebel geweest was. Een erg leuk concert, ik raad het iedereen aan. Je eerste indruk zal je misschien aansporen om te denken “Oh mijn god, hier wil ik niets mee te maken hebben; een jongen die lippenstift draagt? GAY!” (niet beledigend bedoeld, voor niemand, maar ik heb er velen zo over horen praten).

 

Het concert was muzikaal gezien echt geweldig, maar wat ik vooral erg leuk vond om te zien was hoe veel plezier het hele gezelschap in het optreden had. Iedereen genoot zichtbaar en ging totaal uit zijn dak—vooral de frontman, Jett Rebel a.k.a. Jelte Tuinstra. Een trigger voor mijn nieuwsgierigheid naar die Jelte Tuinstra was uiteindelijk pas het moment waarop ik heel voorzichtig een hand met een jointje erin uit de coulissen zag verschijnen. Jelte nam hier dankbaar een kort trekje van toen hij een kleine pauze kon nemen tijdens een van zijn nummers. Ik begon me toen wel af te vragen of alles wel zo leuk en gezellig was als het leek op dat moment, of dat het enkel zo leek omdat ze allemaal onder invloed waren.

 

Dit is een van de redenen waarom ik die documentaire ben gaan kijken afgelopen zaterdag. Zoals ik al zei: indrukwekkend. Iets wat ik iedereen aanraad, omdat het op een hele mooie manier weergeeft hoe contrasterend iemands persoonlijkheid kan zijn; omdat het op een hele mooie manier weergeeft wat het leven als — zeg maar gerust — een topmuzikant met iemand doet.  Iedereen leert erdoor inzien dat het leven als muzikant niet altijd over rozen gaat, en dat het soms ook moeilijk is: hoe leuk je baan als muzikant ook mag zijn.

 

 

Kijk de documentaire hier terug.

 
9 December 2014
Artikel

 

Orkestrale sampling: overproductie

Door Manuel Gutierrez Rojas

 

 

Hans Zimmer is dus vooral een geweldige producer. Het is alleen zo jammer dat deze sound met een enigszins overeenkomende indruk gemakkelijk is te reproduceren, juist doordat hij zijn sound creëert door zijn orkest te samplen. Er zijn bijvoorbeeld veel orkestrale sampleproducten te koop waarmee je—met goede muziekproductieskills—net zo’n score kan maken als die van films van de afgelopen tien jaar. Dit komt ook, omdat veel bekwaamde en beroemde componisten deze producten gebruiken, zoals Danny Elfman percussiesamples heeft gebruikt voor Terminator Salvation (2009).

 

 

Verder is het ook zo dat door de eerder sfeervolle dan melodieuze (of thematische) composities in films, het ook niet moeilijk is om de indruk te geven dat het om een liveorkest gaat, terwijl het (voor)gesampled is. En de wat meer melodieuze composities door een liveorkest zijn vaak zo synthesizerachtig neergezet dat dit ook niet moeilijk is na te bootsen met enkel samples. Met andere woorden: met een druk op de knop kan iedereen Hans Zimmer zijn! (1)

 

 

Hans Zimmers studio . . . echt!

 

 

Hier is een voorbeeld van zo’n ‘mock-up’:

  • Time”, door Hans Zimmer, uit Inception (2010), gecoverd door Steve Mazzaro.

En hier zijn voorbeelden van scores die veel moeilijker realistisch zijn te reproduceren door de traditionelere orkestraties:

  • Lord of the Rings: Main Theme”, door Howard Shore, uit The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring (2001), gecoverd door Andrew Barraclough;
  • Anakin’s Theme”, door John Williams, uit Star Wars Episode I: The Phantom Menace (1999), gecoverd door Peter Nickalls;
  • Allegro Agitato”, door Thomas Bergersen. Dit stuk is volledig gesampled—zelfs het koorwerk. Bergersen is dan ook een genie.

 

 

Conclusie

Beste filmcomponisten—vooral die van Hollywood—maak eens wat nieuws. Negeer al die clichés. Zet jezelf neer als jezelf, niet als Hans Zimmercloon nr. 314. Het kan namelijk wel. Kijk maar naar Tron: Legacy (2010): muziek van Daft Punk . . . en hoe!, de James Bond-scores door David Arnold, of Michael Giacchino (Mission: Impossible 3 (2006), The Incredibles (2004)). Het is tijd voor verandering.

 

 


1. Hans Zimmerfans niet getreurd: natuurlijk is dit een overdreven stelling.

 

 

 

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Marjolein
Dinsdag13:00 - 16:00Olaf
Woensdag13:00 - 16:00Sonja
Donderdag10:00 - 13:00Diantha
Vrijdag10:00 - 13:00Roselinde
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345