Het Bedrieglijk Slot


 

banner

 

Op deze pagina kan je alle edities lezen van ons spannende vervolgverhaal Het Bedrieglijk Slot!

 

1. Door Paula Breeuwer - 31 oktober 2016

 

  Het was een donkere koude nacht. Alles bleek doodstil, maar als je goed luisterde, kon je de blaadjes horen ritselen. De straten waren leeg: iedereen sliep, alleen een enkele verdwaalde kat liep nog te zwerven.

  Maar ergens in de stad, brandde er nog een lichtje. Archibald kon niet slapen. Het was al de derde nacht die week. Hij klapte zijn boek dicht, trok zijn Jas over zijn pyjama aan en sloop de nacht in. Hij liep al een tijdje, verdwaald in zijn gedachtes, toen opeens een deur zijn aandacht trok. Waarom dat zo was bleef een mysterie. Het zag eruit als een gewone achterdeur, die naar een berging of kelder leidde. Archibald bleef er een momentje voor staan totdat hij doorhad dat er iets aan de hand was. Hij hoorde iets maar kon niet plaatsen wat het was. Hij plakte zijn oor verder tegen de deur en bleef zo een tijdje wachten. Het waren rare klanken. Opeens had hij iets door. “Het is muziek!” riep hij verbaasd. Hij probeerde meer op te vangen en het werd hem steeds duidelijker dat er iets aan de gang was in die kelder. Hij hoorde klanken die hij nog nooit gehoord had, maar hoe langer hij luisterde, hoe meer het uit zichzelf leek te spreken.

  Toen hij s ‘morgens wakker werd, zat hij daar nog, half leunend tegen de deur. Het was weer stil in de kelder geworden, de geluiden van het dagelijkse leven namen weer de overhand.

  De volgende dagen kon Archibald deze bijzondere avond niet vergeten. Hij besloot om terug te gaan. Die nacht gebeurde precies hetzelfde, hij werd bijna geobsedeerd door deze nieuwe muziek en nacht na nacht na nacht keerde hij terug naar de deur.

 

2. Door Valérie Abma - 15 november 2016

 

  Archibald kwam iedere nacht terug bij de deur om te luisteren naar de ongewoon mooie klanken die hij een paar nachten eerder had ontdekt. Het werd een dagelijkse gewoonte. Daar zat hij dan, leunend tegen de deur, met zijn oor ertegenaan geplakt. Hij wou geen klank missen. Een paar nachten later begon Archibald zich af te vragen wie deze persoon nou eigenlijk was. En waarom was hij of zij juist midden in de nacht bezig met muziek? Zou deze persoon net zoals Archibald zelf 's nachts niet kunnen slapen? Hij bleef aan de deur luisteren in de hoop iemand te horen praten, dan zou hij misschien kunnen horen of deze wonderlijke musicus een man of een vrouw was. Helaas, geen andere klank dan de mooie tonen van de muziek.

 

  Archibald besloot op zoek te gaan naar een raam. Misschien kon hij dan zien wie de musicus was. Hij liep een rondje om het huis heen en ontdekte een raam. Jammer, het was niet de kamer waar de muziek vandaan kwam. Hij besloot terug te gaan naar de deur, en op het moment dat de muziek stopte, zou hij naar het raam gaan om te kijken of hij de musicus kon zien. Hij wachtte anderhalf uur en droomde weg bij de fascinerende klanken. De muziek stopte! Archibald haastte zich naar het raam, hij wou zo graag weten wie de bijzondere klanken maakte. En wat hij daar ontdekte?!

 

3. Door Reïnda Hully - 28 november 2016

 

  Door het raam loerde Archibald de kamer in, maar hij zag niks. Tot de deur van de kamer geopend werd. Archibalds hart begon sneller te kloppen. Zou hij dan nu eindelijk, na al die koude en donkere nachten gaan ontdekken wie er achter die magische klanken zat? Die verslavende, magische muziek die Archibald zijn slapeloosheid deed vergeten en de koude, donkere nachten dragelijk maakte? Archibald stapte bij het raam vandaan; hij twijfelde. Wilde hij echt weten wie dit muzikale genie was, of zou dit de magie van de muziek verpesten?
  Plots zag Archibald een lichtflits. Er was een kaars aangestoken in de kamer. Nieuwsgierigheid kreeg de overhand en Archibald raasde naar het raam. Hij zag een klein wezen, lezend in een stoel, gekleed in een grote donkerrode mantel waardoor Archibald niet kon zien of het een vrouw, man of überhaupt een persoon was. Instinctief klopte Archibald op het raam. Het wezen keek op. Het enige wat Archibald zag waren twee groene ogen…
  In een verschrikte beweging kwam het muzikale wezen met de groene ogen uit zijn stoel en verdween het in zo’n snelle beweging dat het de kaars uitblies. Archibald viel achterover, verschrikt door de onverwachte gebeurtenis. Hij hoorde de deur aan de andere kant van de kelder geopend worden. Het wezen vluchtte! Archibald haastte zich richting de deur maar trof niets anders aan dan de rode mantel. Onder de mantel lag een boek, volgeschreven met een onbekend notenschrift.

 

4. Door Thomas Batelaan - 17 december 2016

 

Archibald tuurde verdwaasd naar de noten. Het leek alsof iemand ze had uitgekrast. Door de zwierige figuren die hij wel kende van de kathedraalschool liepen kaarslrechte rode lijnen. Het leek alsof het wezen, wat het ook was, klauwen had en in een snelle beweging had geprobeerd de muziek onleesbaar te maken. Archibald neuriede een beetje, probeerde de richting van de melodie te volgen. Het lukte hem niet. Geen wonder, je moest de melodie al kennen als je het notenschrift wilde ontcijferen. Hij aarzelde, maar het boek lonkte naar hem, en al snel verdween het onder zijn pyjamajasje en wist hij dat-ie wegkwam. Hij voelde de koele gespen van het boek tegen zijn huid terwijl hij zich een weg baande door de massa. 

 

 

Toen hij thuiskwam besefte hij dat dit een fout was. Het boek wat hem zo verleidelijk had geleken toen hij in de kamer was, leek hem nu volledig nutteloos. Hij kon toch niets met deze bladmuziek waarvan hij de betoverende melodieën was vergeten.

 

 

Die nacht legde hij het boek onder zijn kussen. Hij bad, doofde de kaars en viel al snel in een diepe slaap. Hij had gekke dromen.

 

 

“Archibald… Je hebt gestolen van de verkeerde. Ik ben Sint Cecilia, en voortaan zul je mij dienen.”

 
 

5. Door Davin Mosterd - 21 maart 2017

 

Nacht na nacht keerde keer op keer dezelfde droom terug. Na een tijdje kreeg hij zelfs overdag visioenen. Wie was toch deze mysterieuze Sint Cecilia? Archibald wilde zichzelf geen illusies maken, maar hij voelde iets eigenaardigs bij het lezen van die naam. Zeker na het zien van de gedaante die deze muziek voortbracht – ook al was het maar een glimp – kon hij nergens anders meer aan denken. Hij is tot in het diepst van zijn geest geraakt door deze verschijning, wellicht is zijn ziel zelfs vervormd. Het brak zijn hart en zette zijn vertrouwen aan het wankelen. Waren dit gevoelens van…? Ja, wat waren dit eigenlijk voor gevoelens? En op welke manier zou hij moeten dienen? Wat zou er gebeuren als hij weigert?

 


Archibald kon het allemaal niet plaatsen, hoe hevig hij dit ook probeerde. Gespeurd had hij, door verscheidene boeken in bibliotheken en zag de naam steeds terugkeren als beschermheilige van de muziek. Dit verklaarde veel, waaronder al die sublieme klanken die hij tot zich heeft mogen nemen, maar de gedaante was toch zeker geen vrouw, nog een man. Het wezen moest van een andere wereld zijn, dat was de enige verklaring. Er zat niets anders op en hij sprak tot zichzelf om op ontdekkingsreis te gaan. Rusten deed hij wel, maar echte rust vond hij niet zolang zijn vragen onbeantwoord bleven. 

 

6. Door Kirsten Pennings - 3 april 2017

 

Archibalds plan staat vast. Hij weet niet of het gaat slagen. Of zijn reizen iets opleveren en hij meer te weten komt over zijn dromen en de roep van St. Cecilia. Hij is vastbesloten. Dit is de enige manier om meer te weten te komen.

 

Over vier uur vertrekt Archibald met het eerste vliegtuig naar Rome waar de mysterieuze St. Cecilia leefde. Dit plan bedacht hij in de late uurtjes in een internetcafé. De vlucht is geboekt, hij had een spiksplinternieuw reiskussen en notitieboek gekocht, zijn fototoestel had hij op het laatste moment nog thuis opgehaald samen met een rugzak en genoeg snacks voor een hele week.

 

De vliegreis heeft hem helemaal uitgeput. Hij zat naast een stel studenten die niet ophielden met zingen, schreeuwen en een gek spel spelen waarbij men moet raden hoe iemand om het leven gekomen is. Hij had juist tijdens zijn vliegreis bij willen slapen zodat hij in Rome meteen met zijn zoektocht verder kan. Eenmaal ingecheckt in zijn hotel, neergeploft op een krakend bed met bloemetjesmotief, kan hij niet anders dan zijn ogen sluiten. Hij is nog maar net ingedut of de bekende stem spreekt tegen hem: “Zoek mijn huis. Daar zal je dienst beginnen.”

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345