10 April 2017
Artikel

Door: Nico Graat en Diederik de Ceuster

 

Het treurige bericht heeft ons bereikt dat oprichtster Nancy van der Elst vandaag op 97 jarige leeftijd is overleden. In 1941 heeft zij samen met Hélène Nolthenius onze studievereniging opgericht, en door de jaren heen heeft ze altijd veel betrokkenheid getoond. Sinds de start van het koorproject was ze ieder jaar een trouwe gast, en pas geleden heeft ze Hucbald nog uitgenodigd om door haar persoonlijke boekenkast te snuffelen en daaruit mee te nemen naar believen. We betreuren het afscheid van deze bijzondere vrouw, maar Nancy’s zeer gerespecteerde inzet voor de muziekwetenschap, het onderwijs en Studievereniging Hucbald zal nooit vergeten worden. Onderstaand interview verscheen vorig jaar in de almanak van Hucbald ter gelegenheid van het 15e lustrumjaar.

 



Nancy van der Elst staat bekend als een van de oprichtsters van Hucbald en wordt door menig muziekwetenschapper met veel respect bejegend. Met haar 97 jaar heeft ze al veel meegemaakt en kan ze prachtig vertellen over haar jeugd en de vroege jaren van Hucbald. Voor dit interview hebben Diederik de Ceuster en Nico Graat bij haar aangeklopt om te luisteren naar de vele verhalen die ze te vertellen heeft. Speciaal voor de almanak geeft Nico alvast een inzicht in de verbazingwekkende feiten die Nancy kon vertellen over de vroege jaren van Hucbald en Muziekwetenschap in Utrecht.

 

Muzikale vader
Het hele verhaal begint bij de vader van Nancy, Wijnandus van der Elst. Hij is de reden voor haar interesse in muziek en heeft ook haar tweelingzus en broertje de muziek in geholpen. Zijn carrière begon met cellolessen van een violist, maar toen zijn familie naar Utrecht verhuisde kreeg hij harmonielessen van Johan Wagenaar. Later heeft hij er voor gekozen om natuurkunde te gaan studeren, maar hij bleef een voorliefde houden voor muzikale principes zoals de boventoonreeks. Hij werd leraar op de Christelijke HBS, waar hij tot vlak voor zijn dood werkte. Ondertussen richtte hij ook de klokken- en orgelraad op en werd hij lid van de Utrechtse Klokkenspelvereniging. Met dit in gedachte werd hij door de Nederlandse overheid gevraagd om vlak voor de oorlog bijzondere klokken aan te raden, waardoor deze klokken ervan werden behoed omgesmolten te worden in de oorlog. Voor deze taak is hij afgereisd naar Limburg, waar hij nog steeds was toen de oorlog in Nederland uitbrak. Toen is hij op de fiets teruggekomen naar Utrecht en heeft hij onderweg in ’s Hertogenbosch geslapen. De buurvrouw had dit verkeerd begrepen en had de hele buurt verteld dat hij in ‘een bos’ had geslapen op zijn weg terug.

 

Nancy’s jeugd
Samen met haar zus heeft Nancy zeven jaar lang op het gymnasium gezeten. Toen ze nog klein was heeft haar vader de inauguratierede van professor Smeijers meegemaakt, waardoor muziekwetenschap het zesde instituut werd van de universiteit en alle leraren ineens hoogleraren werden. De faculteit voor Muziekwetenschap was destijds nog gevestigd boven een pand van diergeneeskunde op de kruising tussen de Biltstraat en de F.C. Dondersstraat. Nancy heeft les gehad van Smeijers, maar het was goed te merken dat hij niet graag les gaf. Toen Smeijers tijdens zijn ziektebed te horen kreeg dat hij snel zou sterven riep hij uit: “Dan geef ik nog liever college!”.
Nancy heeft tijdens de oorlog een aantal verzetsdaden gepleegd en heeft daardoor 10 maanden ondergedoken gezeten bij een tante in Arnhem. In de tussentijd bleef ze wel gewoon studeren en heeft ze zelfs haar tikdiploma gehaald. Na de oorlog had ze niet veel zin meer om verder te studeren en kwam ze aan het werk als secretaresse bij een impresario in Amsterdam.

 

Hucbald
Nancy heeft tijdens haar studie veel gedaan. Zo was ze lid van de UVSV en was ze natuurlijk ook betrokken bij de oprichting van Hucbald. Ook heeft ze Hans Brandt Buijs geholpen bij de oprichting van onder andere het USKO en is ze een tijdje zijn secretaresse geweest. Eén van haar verzetsdaden was dan ook het verspreiden van pamfletten voor de samenscholingsorkesten, die tijdens de oorlog verboden waren.
Hucbald is ontstaan uit een groep studenten die graag een vereniging wilden hebben. De mannen waren in de leer bij Hendrik Andriessen en gingen samen met een aantal vrouwen van Muziekwetenschap, waaronder Nancy en Hélène Nolthenius, ’s avonds thuis zingen. Deze bijeenkomsten waren meestal bij John-Hendrik “Jack” van der Meer, omdat hij het regelde. Daar hebben ze ook een aantal platen opgenomen. Madeleine Reuchling, het moederfiguur van de groep, en Jack besloten om samen Hucbald tot een vereniging te maken. Zodoende bestond het eerste bestuur van Studievereniging Hucbald uit Madeleine als presidente (nu: voorzitter) en Jack als secretaris. Dit is de eerste paar jaar zo gebleven.
Nancy en Hélène zijn tijdens hun studie erg actief geweest bij Hucbald, maar hebben nooit een bestuursfunctie bekleed. Na de oorlog is Nancy weggegaan bij Hucbald, maar ze is nog wel teruggekomen voor het 10-jarig jubileum, waarvan ook nog een foto met alle toenmalige leden van Hucbald in de hal van Drift 21 hangt. Sinds het ontstaan van het koorproject is ze ieder jaar een trouwe en gerespecteerde gast bij de uitvoering.

3 April 2017
Artikel

Door: Kirsten Pennings

 

Archibalds plan staat vast. Hij weet niet of het gaat slagen. Of zijn reizen iets opleveren en hij meer te weten komt over zijn dromen en de roep van St. Cecilia. Hij is vastbesloten. Dit is de enige manier om meer te weten te komen.

 

Over vier uur vertrekt Archibald met het eerste vliegtuig naar Rome waar de mysterieuze St. Cecilia leefde. Dit plan bedacht hij in de late uurtjes in een internetcafé. De vlucht is geboekt, hij had een spiksplinternieuw reiskussen en notitieboek gekocht, zijn fototoestel had hij op het laatste moment nog thuis opgehaald samen met een rugzak en genoeg snacks voor een hele week.

 

De vliegreis heeft hem helemaal uitgeput. Hij zat naast een stel studenten die niet ophielden met zingen, schreeuwen en een gek spel spelen waarbij men moet raden hoe iemand om het leven gekomen is. Hij had juist tijdens zijn vliegreis bij willen slapen zodat hij in Rome meteen met zijn zoektocht verder kan. Eenmaal ingecheckt in zijn hotel, neergeploft op een krakend bed met bloemetjesmotief, kan hij niet anders dan zijn ogen sluiten. Hij is nog maar net ingedut of de bekende stem spreekt tegen hem: “Zoek mijn huis. Daar zal je dienst beginnen.”

 

Lees hier wat voorafging...

21 March 2017
Column

Door: Paula Breeuwer

 

Het blijft altijd moeilijk om een column te beginnen. Ik blijf maar staren naar een witte pagina die roept “schrijf iets, wees origineel, kritisch, uitdagend ” en ik zit maar te staren en te staren, terwijl het angstgevoel steeds groter wordt met elke seconde dat er niks uit mijn lege hoofd komt. Le syndrome de la page blanche, oftewel een schrijversblok, dat klinkt wel lekker, maar dat is het niet.

 

 

Muziek blijkt de logische keuze, maar welke muziek, welke artiest, welk nieuws? Over wat moet ik dan schrijven, politiek? Nee, daar voel ik me niet deskundig genoeg voor. Dans? Nee. Opera? Nee. Sport? Nee. Bananen?! Ik weet het gewoon niet meer. “Je bent toch muziekwetenschapper, schrijf iets over een interessant thema” Maar muziekwetenschapper… Dat woord schrikt me ook af. Wetenschapper is zo een prestigieus woord, en “musicoloog”, nou, dat voel ik me ook nog echt niet.

 

 

Procrastineren (volgens mij is dat geen Nederlands, maar wat een heerlijk woord) daar ben ik wel goed in. Vandaar ook dat ik deze column voor op maandag ben gaan schrijven de zaterdag erna… Of nieuwe woorden verzinnen (getosteerd vind ik nog steeds beter dan geroosterd) is ook mijn specialiteit.

 

 

Ik word wel getroost door te weten dat ik niet de enige student ben die zo over zijn/haar toekomst twijfelt. Daar weet Hucbald wel wat op! Door bijvoorbeeld een Bedrijvendag te organiseren. Woensdag was het zo ver. Het was een hele interessante dag, en je ziet van dichtbij de verschillende mogelijkheden die er zijn. Ook al weet ik niet zeker dat ik die kant op wil, vond ik het leuk om te zien wat manager zijn van een koor en orkest precies inhoudt, of om te weten dat er ook een baan is om vioolstroken te schrijven op elke partituur (voor mensen die echt, echt heel slecht zijn in muziektheorie, no worries, je hoeft er niet eens noten voor te kunnen lezen). Ook het bezoekje aan de radio was super leuk, ook al werd ons kinderbeeld van Dieuwertje Blok flink aangetast toen ze keihard “kut” riep. Ook al ben ik er nog steeds niet uit of ik later bij een van deze bedrijven ga werken en of ik überhaupt als musicoloog aan het werk ga, was het een interessante, verhelderende en gezellige dag.

 

 

Nou, het is gelukt hoor, de pagina is toch nog zwart geworden. Veel meer inspiratie heb ik momenteel niet, dus hier heb je een paar leuke memes.

 

 

 

 

 

Musicologist:

 

Noot van de redactie: niet alleen Paula heeft wel eens last van procrastinatie. Er is een reden dat deze column om 2 uur 's nachts is geüpload, terwijl die al een dag eerder klaar was...

21 March 2017
Artikel

Door: Davin Mosterd

 

Nacht na nacht keerde keer op keer dezelfde droom terug. Na een tijdje kreeg hij zelfs overdag visioenen. Wie was toch deze mysterieuze Sint Cecilia? Archibald wilde zichzelf geen illusies maken, maar hij voelde iets eigenaardigs bij het lezen van die naam. Zeker na het zien van de gedaante die deze muziek voortbracht – ook al was het maar een glimp – kon hij nergens anders meer aan denken. Hij is tot in het diepst van zijn geest geraakt door deze verschijning, wellicht is zijn ziel zelfs vervormd. Het brak zijn hart en zette zijn vertrouwen aan het wankelen. Waren dit gevoelens van…? Ja, wat waren dit eigenlijk voor gevoelens? En op welke manier zou hij moeten dienen? Wat zou er gebeuren als hij weigert?

 


Archibald kon het allemaal niet plaatsen, hoe hevig hij dit ook probeerde. Gespeurd had hij, door verscheidene boeken in bibliotheken en zag de naam steeds terugkeren als beschermheilige van de muziek. Dit verklaarde veel, waaronder al die sublieme klanken die hij tot zich heeft mogen nemen, maar de gedaante was toch zeker geen vrouw, nog een man. Het wezen moest van een andere wereld zijn, dat was de enige verklaring. Er zat niets anders op en hij sprak tot zichzelf om op ontdekkingsreis te gaan. Rusten deed hij wel, maar echte rust vond hij niet zolang zijn vragen onbeantwoord bleven. 

 

Lees hier wat voorafging, en hoe het verhaal verder gaat...

 
27 February 2017
Column

Door: Eline Langejan

 

Terwijl het carnavalsfeest in het zuiden van het land losbreekt drink ik mijn bier op de meest tegenovergestelde plek mogelijk: één van de oudste cafés van Amsterdam waar gek genoeg helemaal geen muziek op staat. Of de kroegbaas vergeten is deze aan te zetten of dat er helemaal geen muziekinstallatie aanwezig is; het maakt de cafébezoekers te weinig uit om verhaal te halen. Hoe anders gaat het er wel niet aan toe in 'Mestreech', 'Kruikenstad', 'Oeteldonk' en 'Lampengat'? Carnaval is bij uitstek een feest waar muziek onmisbaar is. Disclaimer: ik als Randstedeling in hart en nieren heb nog nooit carnaval onder de rivieren gevierd, dus mijn perspectief als buitenstaander moet in acht worden genomen bij het lezen van deze column. Gelukkig ken ik wel veel verhalen van vrienden die elk jaar naar hun ouderlijk dorp terugreizen om te hossen en zie ik op Facebook en Snapchat genoeg praalwagens, polonaises en gekke kostuums voorbij komen om het feest niet helemaal te missen. Wat in al die verslaggeving een belangrijke factor is; de carnavalskrakers.

 

Carnavalsmuziek is hossen en meezingen. Als ik mijn Limburgse huisgenoten mag geloven kent iedereen de nummers, zowel die elk jaar nieuw worden geproduceerd (vaak met een actueel thema in een schunnige leus verwerkt, of gewoon Roy Donders en Patty Brard) als de echte klassiekers. Een oppervlakkige analyse van carnavalskrakers vertelt je dat vrijwel elk carnavalsnummer ook wel makkelijk mee te zingen is. De vrolijke melodieën zijn kort en worden vaak herhaald, de teksten rijmen zo eenvoudig mogelijk en dit komt de 'meezingbaarheid' ten goede. Bovendien lijken veel nummers op elkaar door de soortgelijke instrumentatie: koperblazers, een hoempa-hoempa ritme door een grote trom, het is geen wonder dat deze muziek bij een feest met optocht hoort. Carnavalsmuziek lijkt iedereen in dezelfde vrolijke roes te krijgen. Het genre kun je ook wel omschrijven als 'volksmuziek gone drunk'. Drugsgebruik en muziek hebben in vele genres een complementaire relatie. Het kalmerende effect van marihuana in combinatie met het trage/zwoele ritme van reggae, maar ook XTC en EDM, waarbij ravers er een kunst van maken bij elk verschillende aantal beats per minute de ideale drugs te matchen. In deze lijn zou je ook prima het effect van bier en het karakter van carnavalsmuziek kunnen correleren. De dronken roes van schaamte- en zorgeloosheid wordt perfect vertaald in de muziek. Bij carnaval kan het niet gek genoeg, zo blijkt wel uit de saamhorigheid waarmee de feestvierders zich in gekke kostuums laveloos drinken.

 

Terwijl ik de Snapchats van hossende Hucbaldianen doorklik ben ik mij er dan ook helemaal van bewust dat het muziekloze café in Amsterdam precies de reden is waarom zuiderlingen altijd terug zullen keren naar gebieden buiten de Randstad om het katholieke volksfeest te vieren. Het bier smaakt waarschijnlijk stukken beter onder het genot van carnavalsmuziek, maar wat kan ik er nou van weten?

Huctijd:
Maandag13:00 - 16:00Sonja
Dinsdag13:00 - 16:00Roselinde
Woensdag10:00 - 13:00Diantha
Donderdag13:00 - 16:00Olaf
Vrijdag10:00 - 13:00Marjolein
Postadres:
Muntstraat 2A, 3512 EV Utrecht
Bezoekadres:
Kromme Nieuwegracht 20 kamer 3.11
E-mail:Telefoon:
hucbald@hucbald.nl030-253 9345